Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

345

ONDERWIJS

ten is de terugkeer van de rust in het ekonomische leven, komt de 8-urige werkdag, tengevolge waarvan de productie nog vermindert. Spr. heeft niet tegen deze wet gestemd, omdat hij principieel geen tegenstander is, maar in dezen tijd had de regeering met deze wét niet mogen komen. Ze heeft het gedaan onder pressie van de vakbeweging."

Men leze hierbij eens hetgeen Treub in Nov. '18 zelf heeft betoogd! Een zoodanig staaltje van gebrek aan karakter is schier onovertrefbaar.

Minister Aalberse geeselde ter gelegenheid van de interpol* latie-Drion deze reactie, doch zelf zijn hij en de regeering waartoe hij behoort er niet zonder. Het gebeurde met den woningbouw, de wijziging der Arbeidswet die is voorbereid en bovenal: het spekuleeren op den bijval van de meest konservatieve elementen door met het spook der „revolutie" te werken, het zijn alle kenmerken van reactionaire gezindheid.

De teekenen dezer reactie, zij het wat handiger en minder onbeschaamd geuit, zijn overigens alom waar te némen; het heeft geen zin ze hier te vermelden. Boven gememoreerde gebeurtenissen zijn echter een leerzaam dokument voor de geschiedenis van den klassenstrijd. Hoe meer eendracht en kracht, hoe meer de bourgeoisie geven wil en moet. Hoe zwakker, hoe meer zij behouden wil van de voorrechten die zij heeft.

ONDERWIJS.

Voor het eerst in Nederland werd in 1918 een ministerie van onderwijs ingesteld. De. resultaten zijn in zeker opzicht niet ongunstig, het bleek wel, dat de zaak van het onderwijs beter wordt aangevat als er afzonderlijk een bewindsman voor is aangewezen, dan wanneer deze tak van staatsbestuur ressorteert b.v. onder „binnenlandsche zaken". Wat de minister, dr. de Visser betreft, in den eersten tijd liet hij zich van gunstige zijde kennen en het is ook wel gebleken, dat hij over groote werkkracht beschikt. Ten aanzien van de onderwijzers is hij echter opgetreden op een wijze, die in die kringen, veel ontstemming wekte, terwijl een ontwerpje omtrent het stopzetten van scholenbouw (voor beide onderwerpen zie beneden) vooral bij de Christel, onderwijzers kritiek uitlokte. Zoo schreef in het christel. schoolblad „Onze Vacature" D. W. (overgenomen uit Dt Tel, van 19 Nov. '21):

„De minister van onderwijs heeft in zijn ministerieele leven door verkeerd inzicht reeds zeer veel van zijn prestige ingeboet.

Eerst het ongelukkige talmen met de salarisregeling; toen de twee en een half uur en ten slotte de stopwet.

En .. .hij is herhaaldelijk gewaarschuwd.

Maar een feit, minister De Visser moet van de onderwijzers niets hebben. Hij ziet uit de hoogte op ze neer, en alleen als politieke gangmakers kunnen ze hem bekoren.

Sluiten