Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

347

LAGER ONDERWIJS — DE L.O.-WET VAN 1920

Lager Onderwijs. — Het hoofdbestuur van den Bond van Ned. Onderwijzers had aan de heeren Ossendorp, Moerman en Saaltink opgedragen rapport uit te brengen over 't voorstel „Arnhem" betreffende „de storende elementen in de lagere school".

„De Bode" van de,eerste week in Dec. '21 bevat dit rapport, waarvan de konklusies liden:

1. dat bij de toelating bij de L. S. alleen de beslist storende elementen geweerd mogen worden;

2. dat scholen of klassen voor zwakzinnigen en openluchtscholen in geen gemeente of groepen van gemeenten ontbreken mogen;

3. dat de lichamelijke en geestelijke welstand der 1.1. reeds van de wieg af in goede banen moeten geleid worden, om hem geschikt te maken voor de L. S.;

4. dat de welstand der ouders hierop grooten invloed heeft en de Bond hier dus mede een sociale taak te vervullen heeft;

5. dat een stevige actie voor goede schoolvoeding en -kleeding noodig blijft, ook bij het voorbereidend onderwijs;

6. dat het groote belang van schoolbaden en speelterreinen in het oog dient te worden gehouden en op de inrichting daarvan krachtig moet worden aangedrongen;

7. dat het schoolartseninstituut zich zoo spoedig mogelijk tol alle groote en kleine plattelandsgemeenten moet uitstrekken.

De L.O.-wet van 1920. — Naar aanleiding van de laatste «grondwetsherziening, waarin de gelijkstelling tot stand kwam tusschen het openbaar en: bijzonder onderwijs, werd door minister de Visser 26 April 1919 een ontwerp ingediend, bevattende een geheel nieuwe wet op het algemeen vormend lager onderwijs. Door een Staatskommissie, ingesteld 31 Dec. 1913, de z.g. Bevredigingskommissie, waarin ook Troelstra en K. ter Laan zitting hadden, was het ontwerp voorbereid. Het stelsel van het ontwerp berustte, evenals dat der Staatskommissie, op vergoeding van de kosten van het bijzonder onderwijs uit de openbare kassen naar denzelfden maatstaf als het overeenkomstig openbaar onderwijs. Ten aanzien van het aan lager onderwijs voorafgaand bewaarschoolonderwijs en de opleiding van onderwijzers voor het lager onderwijs was eenzelfde stelsel : aangenomen en in afzonderlijke ontwerpen uitgewerkt.

Het bijzonder onderwijs, dat voor deze geldelijke voorziening in aanmerking zou komen, zou aan even hooge eischen van deugdelijkheid moeten voldoen als aan het openbaar onderwijs worden gesteld.

De waarborgen voor de deugdelijkheid zouden worden gevonden in betere salariëering der onderwijzers, beter schooltoezicht, het optreden van een o n d e r wij 8r a a d, gelijke regelen van den bouw, de inrichting en de hy-

Sluiten