Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

351

DB L.O.-WET VAN 1920

men, ook rechts tegen links, dóch Dresselhuys en v. Rappard stemden mede tegen (bladz. 1923). v>,&*?.>i

29 April werd het begrip huisonderwijs door den minister iets verscherpt» Ossendorp .stelde voor, in de kennis der natuur ook te begrijpen „de eenvoudigste beginselen der gezondheidsleer". Dit amendement werd in de wet opgenomen. Wij kunnen, hier voorts-slechts de voornaamste'vraagstukken memoreeren. Bij art. 3 kwam het 8ste leerjaar aan de orde. Ossendorp c.s. stelden dit voor. Albarda verdedigde het, met een beroep oi de noodzakelijkheid van volksontwikkeling. Dit amendement werd echter 4 Mei '20 verworpen met 53 tegen 37 stemmen,-rechts tegen links, waarbij echter mr. Drsselhuys, van Rappard, Visser v. IJz. en Braat met rechts tegen stemden (bladz. 2091). Bij art. 5 verdedigde 4 Mei K. ter Laan, mede namens Gerhard een amendement, om te lezen:

„4. Schenkingen, onder welken naam of vorm ook, aan een school voor gewoon of uitgebreid lager onderwijs of aan een inrichting tot opleiding van onderwijzers komen aan de onderscheiden scholen van dezelfde soort binnen dezelfde gemeente gelijkelijk ten goede".

De vrees was gewettigd, dat aan bijzondere scholen schenkingen zouden worden gedaan door voorstanders van bijzonder onderwijs, waardoor dit onderwijs, nu de gemeenschap alle kosten betaalt, een groote materiëele voorsprong zou krijgen.. Dit voorstel bevatte wel een paardemiddel, dat ook Ketelaar niet aandurfde. Het spreekt vanzelf, dat de minister en de heer Lohman het voorstel ook fel bestreden. Het amendement werd ingetrokken om later nog te zien, hoe het'euvel te verhelpen.

Een amendement-Ossendorp, om ook op de vrije scholen, waaraan het Rijk niets betaalt, de bouweischen der wet toe te passen, werd 4 Mei '21 verworpen met 46 tegen 33 stemmen, rechts tegen links (bladz. 2103).

Ingevoegd was een nieuw art. 9bis (thans 10), luidende:

„Op voordracht van burgemeester en wethouders of van den inspekteur kunnen Gedeputeerde Staten verklaren, dat de onderwijzer, die bij het geven van onderwijs leeringen verspreidt, strijdig met de goede zeden of aansporende tot ongehoorzaamheid aan de wetten des lands, zijne bevoegdheid tot het geven van onderwijs verloren heeft.

Deze bepaling is ook van toepassing op den onderwijzer, die zich aan een ergerlijk levensgedrag schuldig maakt."

De door ons onderstreepte woorden kunnen aanleiding geven tot willekeurig ontslag, door een reactionnair bewind. Zelfs „strijd met de goede zeden" is rekbaar. Daaróm stemden de sociaaldemokraten, kommunisten en de vrijz^demokraten 4 Mei tegen dit artikel. Het werd aangenomen met 57 tegen 22 stemmen (bladz. 2109).

In art. 12 (thans 13) was voorgesteld aan ouders, die hunne

Sluiten