Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

353

DB L.O.-WET VAS 1920'

kinderen, of, bij opheffing eener bestaande openbare school, zoolang ng 8 of meer kinderen die school willen bezoeken. Het doel was, de uitzondering op een school voor alle gezindten streng in de wet te beperken, in den geeft Van het grondwetsartikel. De minister ontraadde het, vooral met het oog op verplaatsing van ouders, b.v. ambtenaren en dus het wisselende van het aantal kinderen. Dit bezwaar was echter niet afdoende en het amend.-Otto werd aangenomen met 33 tegen 30 stemmen,' links tegen rechts, doch met de stemmen vóór van v. Wijnbergen, v. d. Molen, Poels en Kooien (bl. 2139).

Bij art. 17 (thans 21) stelden eenige leden verplicht vervolg (herhalings-) onderwijs voor. Ossendorp c.s. stelden in de eerste plaats voor, van gemeentewege geledenheid te -geven aan alle leerlingen, die de lag. school verlieten, tot vervolgonderwijs. Na eenig debat nam de minister 7 Mei '20 een amend.-Otto over, om de gemeenten te verplichten, dit onderwijs in te richten, als ten minste 6 leerlingen zich daarvoor hebben aangemeld (bladz. 2165). Ossendorp c.s. hadden ook voorgesteld, het vervolgonderwijs te doen verstrekken in een 2-jarigen kursus, het eerste jaar des morgens en het tweede des middags, telkens, de eerst 5 dagen, 3 uren per dag. Voorts om thans alvast de leerplicht voor dit onderwijs op te nemen. Dit was -den heeren te kras, vooral voor het platteland, doch ook om de kosten. Deze amendementen werden 7 Mei '20 verworpen met 47 tegen 16 stemmen. Voor alleen de sociaaldemokraten, kommunisten en de vrijz.-demokraten (bladz. 2165).

Wilde de regeering de schoolzaken laten regelen door het hoofd der school na bespreking met de onderwijzers, en vaststellen door burg. en weth. in overeenstemming met den inspekteur, terwijl de Kroon bepalen zou, gehoord den Onderwijsraad, hoe de zaken geregeld zouden worden voor meer scholen (een verbetering bij het eerste ontwerp), Ossendorp en Ketelaar stelden amendementen voor, om de schoolvergadering in te voeren, die de schoolzaken, met eenige uitzonderingen, zouden regelen, onder goedkeuring van burg. en weth. De lib. Otto wilde door B, en W. in overeenstemming met den inspekteur de schooltijden en vakantiën regelen, en de bepaling van het leerplan, boeken enz. voor meer dan één school volgens door de Kroon te stéllen regelen, den Ond.raad gehoord. Ossendorp kon zich beroepen op Christel, onderwijzers, die ook meer zelfstandigheid voor den onderwijzer verlangden. De hr. Otto verklaarde, alleen de redactie van den minister te willen verbeteren. De anti-rev. heer Zijlstra stelde voor, het hoofd de zaken te laten vaststellen, na bespreking met de onderwijzers en in overeenstemming met den inspekteur. De minister Wilde niet verder gaan, bij de bestaande wet was er reeds een groote vooruitgang. Alleen het amend.-Otto nam hij over! Het eenig overgebleven aménd.-Ossendorp werd 11 Mei '20 verworpen met 56 tegen 23 stemmen. Tegen alle fracties be-

23

Sluiten