Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

363

LEERPLICHTWET

7e leerjaar als verplicht opgenomen. De indiening der Arbeidsv»et 1919 gaf er mede aanleiding toe. Het landbouwverlof was tot twee weken teruggebracht, voeding en kleeding waren niet

t verplicht voorgeschreven.

8 April 1931 kwam eindelijk het ontwerp in openbare behandeling. Draaide de vrijh.bonder mr. de Kanter eenigszins om den eisch van 8 jaren leerplicht heen, en kwam hti met een motie om de regeering uit te noodigen, voor voeding en kleeding bet partikulier initiatief te steunen met subsidies, — K. ter Laan tapte uit een ander vaatje. Hij eischte 8 jaren leerplicht en wees daarbij op een adres van het N. N. Vakverbond. Hij laakte het, dat de minister om het geld niet durfde. De ministervan oorlog krijgt de duiten wel! Ossendorp verdedigde 13 April eveneens het 8ste leerjaar en tevens verplichte voeding en kleeding waar dat noodig is, met afschaffing van het landbouwverlof, enz. De anti-rev. v. d. Molen kwam zoowaar 8 April met den voorslag om de leerplicht af te schaffen. Deze luidde: „De Kamer, overwegende, dat het mede de taak van de Over-

t held is te waken tegen de verwaarloozing van de opvoeding van het kind;

overwegende, dat deze taak in de bestaande Leerplichtwet in beginsel onjuist is uitgewerkt en praktisch niet voldoende tot haar recht komt;

van oordeel, dat deze wet vervangen behoort te worden door een andere wettelijke regeling, waarbij de verwaarloozing van de opvoeding van het kind strafbaar- wordt gesteld", enz.

De minister durfde op de 8 leerjaren niet aan, maar de motiev. d. Molen bestreed hij zeer. Hij zette de berekening van v. d. M. omtrent de schoolverzuimen recht en betoogde, dat van

[ 1901 1913 de ongeoorloofde verzuimen zijn afgenomen van 5

tot 2,9 millioen per jaar. De motie werd 14 Aprü 1921 dan ook verworpen met 53 tegen 6 stemmen, die van de anti-rev. de Monté ver Loren, de Wilde, Rutgers, Heemskerk en v. d.

\ Molen en van — Braat! Andere anti-revolutionairen stemden

f tegen.

Ossendorp verdedigde 14 April '21 een amendement, om de leerplicht uit te breiden over de zwakzinnige en de schippetsI kinderen (art. 3, lid 5 Lager Ond.wet). Het was noodig, van die kinderen te redden wat te redden valt. Ketelaar steunde het, [ ook Gerhard; doch minister de Visser bestreed het voorstel.

Het zou te duur zijn in verband met de verschillende richtingen f in ons land. Het-amendement werd dan ook 14 April ve r w o r■ pen met 38 tegen 20 stemmen. Voor slechts de sociaaldemoi kraten, kommunisten en vrijz.-demokraten (bladz. 2075).

Bij art. 3 dér Leerplichtwet kwamen de schooljaren aan de I orde. Een sociaaldem. amendement-ter Laan stelde voor o.a.:

„Deze verplichting eindigt, zoodra het kind 8 jaren leerling i eener lagere school is geweest en het alle klassen doorloopen i heeft, of voor zoover het onderwijs gegeven wordt in klassen,

Sluiten