Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

365

LEERPLICfiTWBT

In 128 gemeenten werd het artikel toegepast, van de 1100! Dit amendement werd 19 April '21 verworpen met 37 tegen 21 stemmen, rechts tegen links, behalve dat de kommunisten met rechts meestemden. Van Rav. wilde geen polttie-dwang, omdat soms armoede de schuld van het verzuimkaa zijn. Zoon jongen zit intusschen op school altijd beter dan dat hij op straat omslingert!

Gerhard verdedigde 19 April een amendement om, door de inlassching van 3 nieuwe artikelen 33bis enz., ook het verv o 1-g ond erwijs verplicht te stellen. Reeds 20 jaren geleden werd op het nut van verplicht herhalingsonderwijs gewezen. De kath. v. d. Bilt en anderen stelden een sub-amend. Voor, dat voor een gemeente of gemeente-deel ontheffing zou kunnen worden verleend. Dit sub-amendement werd door de Voorstellers overgenomen. Min. de Visser zeide, aan dit amendement geen uitvoering te kunnen geven! Het voorstel werd 48^'April '21 verworpen met 51 tegen 20 stemmen. Alle leden tegen, op de sociaaldemokraten,i <wBz»-demokraten, kommunisten en den kath. v. d. Bilt na (bladz. 2121).

20 Aprtfc''21 kwam de voeding en kleeding aan de orde, en daarbij de dappere motie der liberalen:

„De Kamer, overwegende dat de leerplicht logisch medebrengt dat de ouders en verzorgers niet door onvermogen om hunne kinderen en pupillen voldoende te kleeden en te voeden, belet mogen worden dien plicht na te komen,

noodigt de regeering uit een subsidie-stelsel te bevorderen, waardoor aan het partikulier initiatief de gelegenheid wordt gegeve n hieraan te gemoet te komen."

De door ons gespatieerde woorden geven voldoende de slapheid dezer motie aan! Van Zadelhoff verdedigde een sociaaldem. amendement, luidende:

„De aanvang van artikel 35 „(thans art. 36)" der Leerplichtwet „Ter bevordering van het schoolbezoek is de gemeenteraad bevoegd", wordt gelezen:

„Ter bevordering van het schoolbezoek is de gemeenteraad verplicht".

Dus de verplichting in plaats van de bevoegdheid tot kindervoeding en -kleeding door de gemeenten, rechtstreeks of middellijk door subsidieering. Van Z. haalde de „Christ. OnderWijzer" van 27 Jan. 1921 aan, waarin stond: „Al zijn wij in beginsel tegen schoolvoeding en -kleeding, zoo kan de noodstand het noodzakelijk maken, dat geholpen wordt door staat of gemeente, waar 't partikulier hulp verleenen onvoldoende blijkt.

Trouwens, het is ook geen zaak van philantropie, maar van recht. Als de staat de on- of minvermogende verplicht zijn kind naar school te zenden en hij kan 't niet doen, omdat voedsel of -kleeding ontbreekt, dan heeft zulk een ouder recht op onderstand om aan zijn verplichting ten opzichte van 't kind te kunnen voldoen.

Sluiten