Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

369

MIDDELBAAR ONDERWIJS — NIEUW ONTWERP

gesteld. 15 Juli d.a.v. verscheen het kon. besluit met het gewijzigd Akademisch statuut, als gevolg dezer wet (Stbl. 800).

Middelbaar onderwijs. — 25 Maart 1919 bereikte de Kamer een wetsontwerp tot wijziging der wet op het middelbaar onderwijs. De strekking was versterking van Rijkssteun aan de bizondere hoogere burgerscholen en de wegneming van eenige gebreken in de wet. Toen 4 Dec. 1919 dit ontwerp in openbare behandeling kwam, ontstond groote strijd over de vraag, of voor toelating tot H.B.S. kennis der Fransche taal noodig zou zijn. De minister vereenigde zich met hen, die het niet wenschelijk achtten. Mr. Dresselhuys bepleitte, gesteund door ds. Kruyt, den tegenwoordigen toestand, doch mr. Beresteyn en Albarda, beiden uit de praktijk van het leeraarschap, prezen 'sminister's voornemen (om dit bij kon. besluit te veranderen) als demokratisch. Het is moordend voor de kinderen op de lagere en u.l.o.scholen, ze reeds met Fransch lastig te vallen als ze nog niet of nauwelijks Nederlandsch goed kunnen spéllen. Albarda sprak o.m. 4 Dec. '19: „Wanneer men ten gevolge van deze veranderingen in moeilijkheden komt, moet de oplossing worden gevonden in vereenvoudiging van het leerplan, in besnoeiing van de leerstof. Bij alle waardeering voor het middelbaar onderwijs, waarvan ik zelf de aangenaamste herinneringen heb, is dit het groote euvel, dat het veel te uitgebreid is. Dat is voor de algemeene ontwikkeling juist nadeelig, want het belast de kinderen te zwaar en bevordert oppervlakkigheid. Een meer beknopt onderwijs zou beter zijn. Wanneer dat mede een gevolg van dezen maatregel zou zijn, zou de weldaad, die de minister aan dit onderwijs bewijst, nog van grooter en heilzamer strekking zijn!"

Het ontwerp was spoedig afgehandeld en is 16 Dec. 1919 zonder hoofdei, stemming aangenomen. Hetzelfde geschiedde 27 Febr. 1920 en 1 Maart 1920 verscheen de wet in het Staatsblad (no. 106).

f Nieuw ontwerp. — Een den 6 Okt. 1921 ingediend lijvig ontwerp op het middelbaar onderwijs bevat een belangrijke reorganisatie van dit onderwijs. Ons bestek laat bespreking niet toe. Intusschen vermelden wij, dat een artikel 39 is ingelascht, waarbij in de eerste plaats aan de lager-onderwijswet ontleend is het verbod om „iets te leeren, te doen of toe te laten, dat strijdig is met den eerbied, verschuldigd aan de godsdienstige begrippen van andersdenkenden", maar speciaal voor de leeraren daaraan nog is toegevoegd de huldiging van den eerbied verschuldigd „aan de beginselen, welke aan de konstitutie tén grondslag liggen". Op overtreding van het Verbod wordt de eerste maal de straf gesteld van schorsing gedurende hoogstens één jaar, enz.

In het tijdschrift, van de leeraren wordt daartegen geprotesteerd, op grond van de verschillende gehuldigde politieke beginselen.

24

Sluiten