Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

373

NIJVERHEIDS-ONDERWIJS

— NADERE WIJZIGING

ónderwijs" te blijven spreken, werd 25 Juni ook verworpen, met 39 tegen 33 stemmen. De minister was er tegen, omdat er vakken buiten de wet vallen,

Gerhard wilde van geen apartcn direkteur, in den gewonen zin, weten en stelde voor sommige soorten van scholen eenvoudig van een administrateur te voorzien. De minister nam dat deel van het amendement over, dat beoogde, dat aan elk der scholen een leeraar met den titel van direkteur aan het hoofd staat (bladz. 2758). — Gerhard wilde ook uitdrukkelijk bepaald zien, dat zoowel vrouwelijke als mannelijke leerlingen moeten worden toegelaten. De minister en anderen achtten dit voorbarig en daarom ongewenscht. Dat alle godsd. gezindten, moeten worden toegelaten, behalve als het een kostschool betreft, sprak vanzelf. Het amend. werd 25 Juni '19 verworpen met 37 tegen 26 stemmen, rechts tegen links (bl. 2762). Overgenomen werd een sociaaldem. amendement om de. lichamelijke ontwikkeling te bevorderen (bladz. 2762].

Bij art. 25 stelde Gerhard voor, om uit het 4e lid te schrappen het voorschrift, dat ter berekening van de netto-kosten ook afgetrokken wordt het subsidie van de provincie, maar dit subsidie te doen dienen als mindering in hetgeen de gemeente moet bijdragen.

Voorts werd voorgesteld, dat het subsidie uit 's Rijks kas voor alle scholen kan verhoogd worden tot ten hoogste 75 pet. van de netto kosten. Beide amendementen werden 25 Juni '19 verworpen. Het eerste viel met 32 tegen 27, het tweede met 42 tegen 16 Stemmen (bladz. 2769).

Van de voorgestelde amendementen vermelden wij nog, dat de kath. hr. Haazevoet het schooltoezicht wilde dóen samenstellen zooveel mogelijk in overleg met de vakvereenigingen van arbeiders en werkgevers. De minister achtte het ongerijmd het aan de gemeentebesturen over te laten. Het .amendement werd verworpen met 32 tegen 19 stemmen. Voor waren de kath. Bulten, v. d. Bilt, Hermans, de Wijkerslooth, Haazevoet, Kuiper, v. Schaik en v. Rijckevorsel; voorts de sociaaldemokraten en de anti-rev. Smeenk (bladz. 2774).

Zonder hoofdei, stemming werd het ontwerp 4 Juli 1919 a a nnomen; in de Eerste Kamer geschiedde dit 2 Okt. en 4 Okt. 1919 is de wet vastgesteld (Stbl. 593). 13 Aug. 1921 werd bepaald, dat de wet 1 Jan. 1921 geacht wordt in werking te zijn getreden.

Nadere wijziging. — 10 Mei 1921 kwam een ontwerpje af om de wet op enkele punten te wijzigen; vooral die van art. 25 en art. 39 waren belangrijk. Die wijzigingen kwamen, zooals het ontwerp tenslotte luidde, in hoofdzaak hierop neer, dat het Rijk rechtstreeks, buiten de gemeente om, het subsidie van 70 en 75 percent kon verleenen; dat de omliggende gemeenten verplicht worden om te betalen voor hare leerlingen aan de gemeente

Sluiten