Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

877

SALARIS-REGELING — WETJE-KETEfcAAlfc

Dan zeide bij, dat volgens een rapport van prof. Casimir een onderwijzer slechts 2?/»sUur per dag, over een heel jaar gerekend, werkt (bladz. 677). En die klerken werken 7 a 8 uren per dagl I Voorts zou het toestaan van de wenschen der kommissie over 1920 jen '21 60 millioen meer gekost hebben.

Men begrijpt de toorn van Ossendorp en anderen. .Hij ploos de rede van den minister uit en deed een beroep op de christclijken in de Kamer, daar 14000 a 15000 kath. en christ. onderwijzers in het land zijn, die eveneens ontevreden zijn. O. stelde de volgende motie voor, met mede-onderteekening van Ketelaar, Troelstra, van Zadelhoff, Schaper, K. ter Laan, Albarda, Kleerekooper en Groeneweg:

„De Kamer, van oordeel, dat de salarisregeling voor de onderwijzers der openbare en der gesubsidieerde bijzondere lagere scholen behoort te worden vastgesteld overeenkomstig het advies door de Centrale Commissie voor georganiseerd overleg den 27sten Augustus 1920 aan de regeering uitgebracht," enz.

Steunde Ketelaar ook de zaak, de christel. kamerleden, als de heer Bulten en anderen, waren wel ontevreden, maar hielden zich toch in de ruimte. Baron v. Wijnbergen bepleitte grooter klassen, om de salarissen te verhoogen! De kath. Bulten sprak:

„Wil de minister den onderwijzersstand maatschappelijk op peil brengen, dan zullen de maxima aanmerkelijk moeten worden verhoogd. De minister is dat verplicht aan de belangen van het onderwijs zelf. Meer dan ooit worden door deze allerslechtste salarisregeling de belangen van het onderwijs geschaad."

Suze Groeneweg verzette zich 30 Nov. tegen de tenachterstelling van de (ongehuwde) onderwijzeres. De antirev. heer v. d. Molen verdedigde vrijwel alles van den minister. Toch meende hij, dat de maxima voor ongehuwde en gehuwde onderwijzers wel gebracht mocht worden op ƒ 2400 en ƒ 2800. De minister verklaarde de motie onuitvoerbaar. De motie werd 1 Dec. 193&verworpen met 55 tegen^8 stemmen. Met de gansche rechterzijde stemden tegen de liberalen Rink, de Kanter, Lely en Drion, alsmede Braat. Overigens stemde de linkerzijde, en met haar dr. v. d. Laar, voor (bladz. 768). Een motie-Otto, om de onderwijzers met hoofdakte te doen bezoldigen op den voet van de regeling, voor hen gemaakt volgens de wet-1920 en de anderen ƒ 300 lager, werd verworpen met 47 tegen 46 stemmen, rechts tegen links met v. d. Laar mee voor (bladz. 769). De heer Bulten was dus geheel in zijn schulp gekropen.

Wij konden niet in de finesses hier de regeling mededeelen. In ruwe omtrekken zal men ze hier echter vinden. Er waren nog eed aantal onbillijkheden in, die de onderwijzers zelf al te goed kennen. ,

Wetje-Ketelaar. — Zonder hoofdelijke stemming werd 7 Juni '21 een voorstel van wet, door den heer Ketelaar (v.d.) 7 April

Sluiten