Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTWAPENING

384

verdediging er van. Dit is niet juist'uitgedrukt. Wij zeggen niet, dat wij niets voor de verdediging willen doen, maar dat wij er niets voor willen doen met militaire middelen. Dat maakt een groot verschil. Ik stel prijs op onze nationale zelfstandigheid, ik ga nog verder en voeg erbij ook op behoud van onze koloniën". (Bladz. 1210).

Bij de - behandeling van de nieuwe Dienstplichtwet, in Juni 1921, kwam vanzelf ook weer de ontwapening ter sprake. Troelstra verdedigde haar 9 Juni. Toen 15 Juni de beslissing naderde over art. 27 (zie onder de Nieuwe Dienstplichtwet) en daarmede waarschijnlijk over het ontwerp, legde Tr. namens de fractie de volgende verklaring af:

„Mijnheer de Voorzitter! Ik grijp de gelegenheid tot repliek aan, om de stem te motiveeren, die door mijn fractie over dit artikel en daarmede over het wetsontwerp zal worden uitge_ bracht.

Als resumtie der gehouden debatten konstateer ik:

dat dit ontwerp een reactie beteekent tegen de vermindering der jaarlijksche lichting tot 13000 man, onder den indruk der hervormingsactie na November 1918 tot stand gekomen;

dat het, mede om die reden, niet is op te vatten als een stap in de richting van verdere vermindering: van militaire lasten;

dat het berust op de gevaarlijke fictie, dat voor de middelen, die, volgens alle partijen, van het Nederlandsche volk voor militaire doeleinden kunnen worden gevraagd, een leger is te vormen, waarmede met vertrouwen de strijd voor de handhaving der neutraliteit en der nationale onafhankelijkheid is te Voeren;

dat de overweging, dat de onvoldoendheid van ons leger zal worden aangevuld door troepen van buitenlandsche legers, die met ons een koalitieoorlog zouden voeren, berust op de veronderstelling van een militair verbond met militairkrachtige staten en konsekwent zal moeten leiden tot aansluiting bij het Fransch-Belgisch militair Verbond, een denkbeeld, dat volstrekt moet worden verworpen, daar het in zijn gevolgen onze onafhankelijkheid meer bedreigt dan handhaaft, ons blootstelt aan het gevaar van in allerlei imperialistische militaire avonturen te worden meegesleept en een verdere verzwaring van militaire lasten in het vooruitzicht stelt, die alles, wat tot nog toe van het Nederlandsche volk voor dit doel is gevraagd, verre zal overtreffen;

dat met name in dit verband het ontwerp onaannemelijk is en de eenige waarborg tegen verwezenlijking van dit perspektief te vinden is in een beslist aansturen op ontwapening in den geest van het besluit van het laatste kongres der S. D A. P.;

dat de mogelijkheid, dat dit ontwerp door een kombinatie van meer militaristisch gezinde met anti-militaristische groepen1 zal worden verworpen, ons geen aanleiding .geeft, de konsekwentie uit voorgaande overwegingen niet te trekken, zelfs

Sluiten