Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PENSIOENWETTEN AMBTENAREN EN MILITAIREN

394

deze twee of meer betrekkingen, gelijktijdig bekleedde, 50 percent van de som zijner laatste pensioensgrondslagen in die betrekkingen.

Het weduwenpensioen zal echter in geen geval minder bedragen dan 50 percent van het hoogste jaarlijksche gemiddelde van de gezamenlijke grondslagen welke staande het huwelijk gedurende drie achtereenvolgende jaren hebben gegolden.

Het weezenpensioen bedraagt: a. 10 percent van de bedragen in het eerste en tweede lid bedoeld, voor elk kind, welks moeder aan het overlijden van den vader aanspraak op pensioen ontleent; b. 20 percent van de bedragen in het eerste en tweede lid bedoeld voor elk ander kind.

Het weduwenpensioen en het weezenpensioen worden ten hoogste over een grondslag of een totaal aan grondslagen van ƒ 3000 berekend. Het gezamenlijk bedrag aan weduwen- en weezenpensioen of aan Weezenpensioen gaat het bedrag of het gezamenlijk bedrag, waarover deze pensioenen zijn'berekend, niet te boven en overschrijdt in geen geval het bedrag van ƒ 3000.

Er wordt voorts beroep ingesteld en er zijn Overgangsbepalingen opgenomen.

Tevens werd een ontwerp ingediend tot regeling van de pensioenen voor* Land- en Zeemacht. De inhoud 'was eenigszins anders, met het oog op den aard van den militairen dienst en de traditie.

Het pensioen zou volgens art. 16 voor elk jaar geldigen dienst twee procent van den pensioensgrondslag bedragen. Het beloopt zonder verhooging om bijzondere redenen niet meer dan zeventig procent van dien grondslag en overschrijdt niet een bedrag van vier duizend gulden.

Wanneer verwonding, verminking, ziekten of gebreken-dei belanghebbende geheel buiten staat stellen om in zijn onderhoud te voorzien, terwijl afdoende verbetering in zijn toestand, niet is te verwachten, zal het hem toe te kennen pensioen niet minder bedragen dan dertig procent van den pensioensgrondslag. Enzoovoorts.

Het weduwen-pensioen zal 40 procent van des overledene's 'pensioengrondslag, plus 10 procent voor elk kind of 20 pet, voor een wees bedragen.'Ook kleinkinderen krijgen ten hoogste 20 pet.

Na het optreden van mr. de Geer als minister van financiën, werd 20 Oktober 1921 een Nota van Wijziging ingediend, waardoor, niet slechts het oponthoud, teweeggebracht door het optreden van een nieuwen minister voor dit departement, werd verlengd, doch waardoor bovendien het ontwerp voor de burgerlijke pensioenen werd verslechterd, al werden oök eenige verbeteringen aangebracht, o.a. door overneming van sommige amendementen van v. Stapele. De minister zeide, dat het ontwerp ƒ46 millioen zou kosten per jaar. Van de onmiddellijke

Sluiten