Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

401

PERSONEEL-ZAKEN

β€” PERSONEEL-BEWEGING OCT. '20

dingen nog de zaken van het personeel. Hij legde uit, hoe de geschoolde arbeiders in dien tijd meer verdienden dan vele post- of tel.-beambten. Ook voor de telefonisten kwam H. op. Ook de a.-r. Smeenk en de kath. Kuiper spraken voor het personeel, v. Ravesteyn diende 5 Febr. de volgende motie in:

β€žDe Kamer, van oordeel, dat de belangen van het personeel in dienst van post, telegrafie en telefonie, zoowel als van den [dienst, onverwijlde opheffing eischen van de wettelijke bepalingen, die het personeel de staking verbieden,

noodigt de regeering uit zoo spoedig mogelijk voorstellen tot intrekking dier wetten in te dienen;

voorts van meening, dat de salarissen van het lagere personeel bij posterijen, telegrafie en telefonie onmiddellijk in het belang van den dienst dienen te worden verhoogd tot een peil, waarop een arbeidersgezin in de kosten van levensonderhoud eenigermate kan voorzien,

noodigt den minister uit zoo spoedig mogelijk, zonder een uitspraak van de bestaande salariscommissie af te wachten, een suppletoire begrooting in te dienen, waardoor het minimum der bezoldiging voor lager personeel gebracht wordt op een wekelijksch bedrag van Ζ’ 30,

gaat over tot de orde van den dag."

Deze motie, ondersteund door Helsdingen, L, M. Hermans, Kiuyt en Oud, haalde zooveel overhoop, dat ze nadien nog nimmer is behandeld en ten aanzien van het loon per ,dag heden verouderd is. Sprak mr. Oud ook ten gunste van het personeel, de Zeeuw wees op den langen arbeidsduur en op het lage loon der jeugdige ambtenaren.

22 April 1920 bepleitte v. Stapele extra-betaling voor Zondagsdienst en konstateerde vervolgens o.a., dat toegegeven wordt, dat overleg met het personeel noodig en nuttig is, op grond waarvan verwezen wordt naar de thans werkende kommissie van overleg, met welker instelling een fout der bedrijfsleiding van jaren her wordt erkend,

dat ook nu de wijze, waarop tegenover het personeel wordt opgtreden, niet juist kan worden genoemd en een ruimere opvatting van de personeelspolitiek gewenscht is,

dat is toegegeven dat Parlement, publiek en personeel medezeggenschap bij de dienstuitvoering behooren te hebben, waarom een kommissie uit die belanghebbenden zal worden ingesteld.

Personeel-beweging Okt. '20. β€” Naar aanleiding dezer beweging interpelleerde Van den Tempel 19 Okt. 1920. Het was een interpellatie betreffende de verbetering van de salarieering van hef Rijkspersoneel en in het bijzonder van het personeel van den Rijkspost-, telegraaf- en telefoondienst.

De regeering was afgeweken van het rapport der Salariskommissie* natuurlijk naar beneden. Het post- en tel.-personeel

26

Sluiten