Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

405

PROCESSIE-VERBOD

Deze motie werd 29 ApriL1921 aangenomen met 45 tegen 33 stemmen. Tegen stemden alle vrijh.bonders, >alle anti-revolutionairetts» Smeenk na, alle christ^hiatorischen en de katholieken v. Vuuren, Swane, v. Rijakevorsel, Stulemeijer en de Wijkerslooth, voorts Braat. De andere aanw. katholieken stemden dus met de sociaaldemokraten en anderen mede (bladz. 2306). Dat was dus een gunstig resultaat.

Keuring-Telefonisten, — Herhaaldelijk werd ook voor de telefonisten opgekomen. Zoo 16 Febr. 1921 door Suze Groeneweg in zake beweerde misbruiken door een kontroleerend ge-" neesheer te Amsterdam, die de dames keuren moest en dit zou hebben gedaan niet volkomen in overeenstemming met de zedigheid.Suze Gr. bestreed, dat steeds een mannelijk arts die keuring verricht, ofsCjb)©on het meisje dan iemand mag meenemen! Dat kwetst haar gevoel van kttjechheid. „Nu ware de geheele zaak onmiddellijk uit de wereld geholpen,,,sprak zij, wanneer men terugkeerde tot den ouden toestand, dat de vrouwen moeten worden gekeurd door vrouwelijke artsen. Als dit misschien een enkele maal op heel afgelegen plaatsen tot moeilijkheden, aanleiding zou geven, zou meurkunnen bepalen, dat, wanneer een mannelijke arts een vrouwelijke kandidaat moet onderzoeken, dit altijd moet gebeuren in tegenwoordigheid van een verpleegster."

De min.v. waterstaat bleek het 22 Febr. '21 geheel met S. G.

en met dr. Sebeurer, die evenzoo gepleit had — eens. Aldus

zal geschieden. Den kontroleerenden geneesheer trof, volgens den minister, overigens geen blaam. De zaak was het vorigïfoar nauwkeurig onderzocht en de gekeurde dames hadden zeer bevredigende verklaringen afgelegd. De klager erkende lichtvaardig te hebben gehandeld (bladz. 1543).

PROCESSIE-VERBOD.

Art, 170 der Grondwet van 1887 luidt als volgt:

„AUe openbare godsdienstoefening binnen gebouwen en besloten plaatsen wordt toegelaten, behoudens de noodige maatregelen ter verzekering der openbare orde en rust.

Onder dezelfde bepaling blijft de openbare godsdienstoefening buiten de gebouwen en besloten plaatsen geoorloofd, waar zij thans naar de wetten en reglementen is toegelaten."

Deze processiën, bedoeld in het tweede lid, zijn toegelaten in Limburg, in het land van Cuyck in Gelderland, in sommige plaatsen van Noord-Brabant en in Laren in 't Gooi. De grondwet van 1814 liet elke openbare godsdienstoefening vrij, „voor■oover dezelve niet kan gerekend worden eenige stoornis aan de publieke orde en rust te zullen toebrengen". Die van 1815 bepaalde, dat „geen openbare oefening van den godsdienst kan worden belemmerd dan in geval dezelve de openbare orde of

Sluiten