Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

419

SOCIALISATIE

Zij- wordt tevens gevorderd door den drang der arbeiders die steeds minder geneigd zijn hun arbeidskracht te geven mede voor de winst der kapitalistische ondernemers.

5e, Socialisatie mag nimmer het middel voor zekere arbeidersgroepen worden om zich ten koste van het maatschappelijk geheel te bevoordeelen. In de organisatie van het gesocialiseerd bedrijf moeten dus de belangen van hand- en hoofdarbeiders, verbruikers en gemeenschap hun evenwichtige vertegenwoordiging vinden. —

Wat betreft den omvang en de methoden beperken wij ons tot overneming der volgende konklusies:

6e. Voor de socialisatie komen in de eerste plaats in aanmerking:

a. de kapitalistische monopolies en de reeds sterk gekoncentreerde bedrijfstaken, wegens de onduldbare macht die zij aan weinige bezitters over de verbruikers^elangen geven en Wijl bier de organisatorische moeilijkheden, aan de socialisatie verbonden, het geringst zijn;

b. de steenkoolproductie, het transport-bedrijf en de elektriciteitsvoorziening, wegens de groote macht over het verdere bedrijfsleven, die hunne beheersching den exploitant schenkt;

c. de bedrijven die in de eerste levensbehoeften voorzien (Icvensmiddelenproductie, woningbouw, productie van bouwmaterialen, vervaardiging van kleeding en schoeisel, benevens de aanvoerhandel in al deze artikelen), wijl het hier voor allen onontbeerlijke produkten betreft, ze meerendeels geschikt zijn voor massa-productie en de aaneensluiting der ondernemers, vooral sedert de oorlogsjaren, de verbruikersbelangen ernstig bedreigt.

7e. In bedrijfstakken, die wegens hun geringe koncentratie nog niet voor onmiddellijke, algeheele socialisatie geschikt zijn, zal meerdere centralisatie en daardoor tevens een meer ekoncmische werking nagestreefd moeten worden door vereeniging der afzonderlijke ondernemingen tot bedrijfsorganisaties te bevorderen, ten einde aan verspilling door on-ekonomische bedrijfsinrichting, aan gebrek aan samenwerking tusschen de bedrijven en aan de willekeur der partikuliere ondernemers inzake arbeidsvoorwaarden, prijzen en winstbesteding een einde te maken. —

Wat betreft de schadevergoeding zeggen de 11e en de 12e konklusie:

11e. Het in uitzicht stellen en verstrekken van schadevergceding bij de onteigening van te socialiseeren bedrijven is doelmatig, omdat anders de behoorlijke instandhouding der bedrijven, zoolang zij nog in partikulier beheer zijn, ernstig gevaar zou loopen en aldus de voortzetting der productie bedreigd zou worden. Schadevergoeding is bovendien billijk, omdat anders de kosten van de invoering der socialisatie op de toevallige bezittersgroep zou drukken, die het eerst voor ont-

Sluiten