Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

421

IN HET VAKVERBOND —

DB SOCIALISATIE IN DE KAMER

ken bedrijf werkzaam zijn. Daardoor zou niets anders worden bereikt, dan een verplaatsing van het private bezit. In hare uitwerking zou zij geen ander resultaat hebben dan een onbegrensde ontketening van het groepsegoïsme, die geen andere dan noodlottige gevolgen voor de maatschappij zou hebben.

2. Het eigendom der gesocialiseerde bedrijfstakken dient in handen te zijn van de organen der gemeenschap. Al naar den aard van het bedrijf zal het moeten berusten bij gemeente, provincie of staat, in sommige gevallen bij 'meer dan een dezer organen, terwijl in de toekomst in meerdere gevallen het bezit internationaal zal moeten zijn.

De bovengenoemde gemeenschapsorganen behooren alleen de opperste kontrole over het bedrijf uit te oefenen en dienen de bevoegdheid te hebben eventueel de algemeene lijnen voor het beheer en de ontwikkeling der gesocialiseerde bedrijven vast te stellen".

„F. Plaats en taak der vakvereenigingen in het gesocialiseerde bedrijf.

1. Bij socialiseering dient aan de vakbeweging een zoodanige plaats in de leiding van het bedrijf te worden gegeven, dat de vakvereenigingen zich kunnen ontwikkelen tot organen, welker taak ook Kgt in het medebeheeren en opvoeren der productie.

2. Het loonstelsel zal vooralsnog onontbeerlijk zijn. In het gesocialiseerde bedrijf behoeven stukloon, premiestelsel of methoden van wetenschappelijk bedrijfsbeheer niet te worden afgewezen, mits nevens een gegarandeerd minimum-, een bepaald maximumloon wordt vastgesteld en aan de vakvereenigingen en de door haar ingestelde organen een overwegende invloed op de regelingen wordt toegekend".

Een Personeelraad moet in ieder gesocialiseerd bedrijf gesticht worden. Enz.

De stellingen zijn in den geest van het Soc. Rapport der S. D. A. P, Stenhuis had zitting in de Social. kommissie.

De socialisatie in de Kamer, — Het spreekt van zelf, dat in de Kamer de socialisatie vele malen door de'sociaaldem. fractie werd aan de orde gesteld. Het is niet doenlijk, dat volledig te memoreeren. Bij de debatten over de interpellatie-Sannes inzake de levensmiddelen-voorziening, in Okt. 1919 was dit in het bizonder het geval. Een der 'ergste hekelaars van dit beginsel was mr. Marchant van de vrijz.-dem. groep. Geen schamperheid of hoon was te erg in den mond van dezen demokraat louter in de politiek. Toch werd door hem en de andere vrijz.-demokraten 21 Okt. 1919 de volgende motie voorgesteld:

„De Kamer, van oordeel, dat de wensch naar socialisatie van bedrijven een diepen indruk maakt in breede kringen van het volk;

dat de mogelijkheid van verwezenlijking van dezen wensch

Sluiten