Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOCIALISTISCHE PARTIJ

428

kelijke socialisatie. Op groote boerderijen wordt de kwestie van die kraamvrouw onder de varkens best opgèteiit]0 1

Aan liberale zijde, dat is dus de zijde van het grootkapitaal, verklaart men zich- natuurlijk fel tegen socialisatie. Doch zelfs mr. Dresselhuys houdt zich somwijlen in de ruimte. Hij wil „niet zoo maar" de socialisatie-gedachte aanvaarden, doch zegt 18 Nov. 1919: „Maar dit alles neemt niet weg het feit, dat er naar het heet, een diepen indruk gemaakt is in breede volkskringen door die socialisaWe-gedacnte." In de tegenwoordige reactionaire atmosfeer zal niemand van deze heeren socialisatie-neigingen verwachten. Het is ook niet noodig!

Toch is ook in burgerlijke kringen de zaak niet onsympathiek. Het kapitalistisch-liberale blad van mr. v. Oss, de Haagsche Pest; schreef 25 Dec. 1920 over „kolenwoekeraars". Het was in den tijd der barre prijsopdrijving en het blad schreef:

„Waarom zoude de Staat een zoo relatief gemakitelijk te beheeren bedrijf niet als monopolie exploiteeren? Een gemiddelde winst van enkele guldens per ton zoude reeds tientallen millioenen in de toch niet al te volle schatkist doen vloeien. En met de „socialiseering" van dit bedrijf zoude vrijwel iedereen zich kunnen vereenigen, te meer daar deze handel ook vóór den Oorlog reeds jaren lang feitelijk werd gedomineerd door een trust die ons, zij het dan ook met mate, schatplichtig wist' tte maken."

Hoe meer de arbeidersklasse zich versterkt door organisatie, kennis en strijdlust, hoe eerder, in verband met de ontwikkel ling van het kapitalisme, de socialisatie-gedachte werkelijkheid zal worden. Voor de S.D.A.P. is de demokratie alleen op p o 1 it i e k gebied iets totaal onvoldoends. De demokratie in het bedrijfsleven moet er op volgen, anders blijft de we«reld een chaos en onrechtvaardig voor de groote massa. Socialisme zonder demokratie is onbestaanbaar, doch demokratie zonder socialisme kan evenmin de menschheid bevredigen. Daarom zal de socialisatie-gedachte zegevieren.

SOCIALISTISCHE PARTIJ.

Deze partij is Sedert 1918 in de Kamer door H. Kolthek vertegenwoordigd. Zij is een overblijfsel van den vroegeren Socialistenbond. Kolthek is praktisch genoeg aangelegd om tenslotte te beseffen, hoe weinig toekomst de Komm. Partij heeft, en scheidde zich dus voor goed van zijn metgezellen in de Kamer af Onder het hoofdje „Komm. Partij" kan men mtussêhen WÊÖ^welke flaters hij mede op zijn kerfstok heeft en hoé hij b.v. bij de behandeling der Arbeidswet zijn fractiegenoot en heen en weer leidde. Na zijn val als raadslid te Amsterdam heeft Kolthek zich weer krachtig toegelegd op schimpen en smalen op de S.D.A.P., op wier bestaan hij parasiteert. Geen

Sluiten