Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

431

INVALIDITEITSWET

„Het zoogenaamde ,, „herunterkleben" " zal, zoover dit zonder al te ingrijpende wetswijziging geschieden kan, voorkomen worden."

Intusschen kwam 25 Febr. 1919 (bl. 1569) hoofdstuk Xa der Staatsbegrooting, Arbeid, aan de orde en daarbij de Ille afd.i Arbeidersverzekering. Sannes bepleitte bij deze gelegenheid een onmiddellijke verbetering der Invaliditeitswet, in dier voege, dat hij met andere sociaaldemokraten de volgende motie voorstelde:

„De Kamer, van oordeel dat, in afwachting van de herziening der Invaliditeitswet, onverwijld een regeling, met terugwerkende kracht tot 1 Januari 1919, behoort te worden getroffen, krachtens welke ook niet-arbeiders, wier ekonomische positie hen met loonarbeiders gelijk doet staan, een ouderdomsrente als bedoeld in art. 369 der Invaliditeitswet zullen ontvangen," enz.

Duys stelde met 5 andere sociaaldemokraten dienzelfden dag een motie voor, luidende: *

„De Kamer, van oordeel, dat de rente van ƒ2 en ƒ 3, bedoeld in artikel 374 van de Invalidlteitswet-Talma, onmiddellijk moet worden verhoogd tot ƒ 5 en ƒ 7.50 en dient in te gaan op den 60-jarigen leeftijd," enz.

De lib. heer de Muralt had reeds eerder een motie voorgesteld, om de rente te verhoogen van ƒ 2 tot ƒ 3.

De motle-Duys c.s. werd verworpen met, 47 tegen 18 stemmen, vóór alleen de sociaaldemokraten, Kolthek en de vrijheidsbonder Ter Hall. Alle andere vrijheidsbonders, dr. v. d. Laar en de vrij«.-demokraten waren tegen.

De motie-Sannes c.s. werd verworpen met 35 tegen 30' stemmen, rechts tegen links.

De motie-de Muralt werd zonder hoofdei, stemming aangenomen (bladz. 1587 en 1588). Deze motie was 11 Dec. 1918, onder den druk der revolutionaire beweging ingediend en door mr. Dresselhuys, Albarda, de Jonge, L. M. Hermans en Schaper ondersteund (bl. 682). 4 Maart 1919 is toen bij de Kamer ingekomen een spoedwetje, waarbij de rente van ƒ104 op ƒ 156 werd gebracht en de rente van twee echtgenooten van ƒ 78 op ƒ 130 gebracht, en de rente van ƒ 130 op ƒ ƒ156 enz., alles ingaande 1 Januari 1919. Dit ontwerpje werd zonder hoofd, stemming 11 Maart 1919 door de Tweede en op dezelfde wijze 20 Maart d.a.v. in de Eerste Kamer aangenomen.

Invaliditeitswet — 20 Juni 1919 kwam een ontwerp tof wijziging der Inv.-wet in den geest van 's ministers uitlating van 10 Dec. 1918 in. De openbare behandeling van het groote ontwerp begon 9 September 1919. Duys zeide bij deze gelegenheid o.m.s

„Ik heb reeds in Februari j.1. bij de algemeene beraadslaging over hoofdstuk Xa er een en ander van gezegd en heb er op gewezen, hoe alles wat, ook door dezen Minister, met de grootst mogelijke kracht bestreden geworden is, daarbij geholpen door

Sluiten