Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOCIALE VERZEKERING

432

den laatsten man der rechterzijde, thans door hem wordt voorgestaan. De leeftijd wordt verlaagd. Dit kon indertijd geen genade vinden in de oogen der rechterzijde; het heette: obstructie. De weduwenrente wordt ingevoerd: indertijd kon ook dit instituut geen genade vinden, in de oogen der rechterzijde. Zelfs een motie van den heer de Jong en andere liberalen, tot het instellen van een onderzoek naar de mogelijkheid of de kosten van de weduwenrente, werd verworpen met algemeene stemmen van de rechterzijde, minus de heer Snoeck Henkemans, die wel tegen het amendement tot invoering der weduwenrente stemde doch althans geen bezwaar had om een onderzoek naar de mogelijkheid in te stellen. De kwestie van het zoogenaamde herunterkleben, waarbij de arbeiders die niet simuleeren ten slotte het slachtoffer worden van hun eigen rechtvaardigheidszin, kon evenmin genade vinden bij de rechterzijde." (Bl. 3058.)

Toch stelde de S.D.A.P. de staatspensioneering ook boven dit ontwerp. Sannes verdedigde dit stelsel denzelfden dag. S. stelde echter voorop, dat de ouden van dagen moeten geholpen worden. „Er is voor mij hoogstens een technische kwestie hierbij in het spel, waar ik den plicht aanvaard van den Staat om te zorgen voor de oude arbeiders en niet-arbeiders", sprak hij. Wij sociaaldemokraten hebben daarvoor onzen rechtsgrond. Bij de behandeling van de Ouderdomswet in 1916 is van alle kanten erkend: de eenigen die een behoorlijken rechtsgrond»in dezen hebben aangevoerd, zijn de sociaaldemokraten. Die rechtsgrond wordt thans feitelijk in bepaalden vorm ook door de regeering aanvaard. In zekeren zin is dat niets nieuws. De theorie van het nabetaalde loon is reeds vroeger vernomen. Thans echter wordt door de regeering in de stukken in preciezen vorm gezegd, dat de arbeider zijn rente niet om niet krijgt, maar door zijn arbeid verdient; zij is geen bedeeling, maar een deel van het loon. Dat wil dus in het wezen van ae zaak niets anders zeggen dan dat de arbeider bij de uitbetaling van zijn loon niet het volle loon ontvangt, m. a. w. hem daarbij te kort is gedaan."

En even verder: „Daarom blijven wij van rfleening, dat in het beginsel het staatspensioen de eenige redelijke oplossing van de kwestie is. Die oplossing is ook praktisch noodzakelijk. Dat dit inderdaad zoo is, wordt wel het beste gedemonstreerd door het th;.ns aanhangige wetsontwerp. Voor hen, die reeds den 65jaiigen leeftijd bereikt hebben, wordt volgens het wetontwerp bij de inwerkingtreding der wet het staatspensioen ingevoerd." i Tenslotte sprak hij o.a.:

„Vat ik mijn oordeel samen, dan konkludeer ik: deze wet heeft twee goede dingen: ten eerste artikel 28 (n.1. de volle aansprakelijkheid van den Staat voor de uitbetaling der renten) en ten tweede dat zij aan een goede oplossing in de richting van het staatspensioen niet in den weg staat. De wet kan geen kwaad, al doet zij geen goed: zij staat een goede oplossing

Sluiten