Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SGOÏALE VERZEKERING

434

i;°N&jS' werd 10 September een amendement-Duys es. verworpen om in te voegen een artikel 75a, luidende: ,

„Voor al degenen, voor wie sedert den aanvang van hun verzekeringsplicht tot op het oogenblik Wan den ingang der rente of het overlijden gemiddeld per jaar ten minste 20 werkpremies zijn betaald, zal de rente niet minder bedragen dan drie gulden per week."

Het voorstel was mr. Aalberse te duur. Het viel met 49 tegen 26 stemmen. Vóór de sociaaldemokraten, dr. v. d. Laar, de kommunisten en de liberalen Lely, Otto, Rink en Ter Hall (bl. 3086).

Wat aangaat de weduwe n-r e n t e, stélde de minister voor, o.a. te bepalen:

Artikel 81a: „De weduwe van een verzekerde heeft, behoudens het in de volgende artikelen bepaalde, recht op een rente,

-mits:

a. haar echtgenoot in het genot was van eene invaliditeitsof ouderdomsrente; of

b. haar echtgenoot 40 premiën in rekening kon doen brengen." En 81c:

- „De weduwe heeft recht op eene rente:

lo. wanneer zij geheel invalide is en er geen vooruitzicht bestaat op zoodanige toeneming der verloren arbeidskracht, 4ai zij .ophoudt invalide te zijp; .

2o. wanneer zij den leeftijd van zestig jaren bereikt heeft."

De sociaaldemokraten wilden haar nu die rente niet eerst nj den 60-jar. leeftijd geven, doch terstond na het overlijden van den man-kostwinner*. Voorts stelde de minister o.a. voor, dat de rente bedragen zal (volgens art. 81e): „een vijfde meer dan de grondslag van de invaliditeitsrente van den overledene volgens artikel 75 bedroeg of, was de overledene niet in het genot van invaliditeitsrente, zou hebben bedragen, indien hem invaliditeitsrente was toegekend met ingang van den dag, waarop hij is overleden."

Zij mochten niet hooger zijn dan het bedrag der rente van der. overleden man en de vrouw samen. Om meer gelden te verkrijgen voor een spoediger ingaande rente, stelden de sociaaldemokraten voor te lezen:

„Na het eerste lid van artikel 81e een nieuw lid in te voegen, luidende:

„(2) Op elke overeenkomstig het voorgaande lid berekende, toegekende rente wordt een jaarlijksche toeslag gegeven van honderd gulden, te dragen door het Rijk", en na artikel 81e in te voegen een nieuw artikel 81e1, luidende:

„Boven en behalve hetgeen haar toekomt ingevolge het bepaalde bij artikel 8Iè, wordt aan de weduwe, die in het genot dezer jaarlijksche uitkeering wordt gesteld, een bedrag in eens toegekend van honderd gulden."

De amendementen werden alle 'v e r w o r p e n. Het eerste,

Sluiten