Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

437

GEMOEDSBEZWAREN

miebetaling vrij te stellen. Hierbij riep de hr. Weitkamp, dat te dien tijde de sociaaldemokraten slechts ten getale van 8 aanwezig waren. Na Duys' onmiddellijk protest, moest W. dit Dinsdag 18 Oktober intrekken (bladz. 82), Overigens trachtte de heer Snoeck Henkemans het verzet van zijn geestverwant W, goed te praten.

Minister Aalberse erkende, dat hij te laat was met het beloofde ontwerp, verontschuldigde zich, dat de uitvoering gedurende 79 jaren 9 millioen zou kosten (14 Okt. heette het bij vergissing 14 millioen; dit werd 18 Okt. hersteld) en beloofde dat een spoed-ontwerp zou worden gereed gemaakt.

18 Oktober maakte de vrijheidsbonder Drion bezwaar tegen het voorstel om de loongrens van ƒ 2 op ƒ 3000 te brengen, omdat de loonen weer dalende zijn. Duys wees op de nog hooge levenskosten, bestreed het streven naar loondrukking en wees op de millioenen, door de ondernemers verdiend. Ook de heer Smeenk en de minister bestreden den heer Drion. Het betrof alleen den verzekeringsplicht, niet de uitkeering, die zich bleef regelen naar ƒ 1200! Art. 1 om de grenzen te verhoogen, werd aangenomen met 63» tegen 13 stemmen, die van de vrijheidsbonders, Braat en de christ.-hist. Gerretson, Weitkamp en v. Veen (bladz. 85).

Op voorstel van Sannes e.a. werd nog een wijziging gebracht in art. 354 der Inv.wet, wie nog gedurende twee jaren na het inwerking treden der wet als arbeider wordt beschouwd, zoodat voor „gedurende twee jaren na het in werking treden van art 31" werd gelezen „tot 1 Juli 1922". De Comm. v. Rapporteurs trachtte een soortgelijke wijziging aan te brengen in art. 353. Beide voorstellen werden overgenomen. Na overneming van nog eenige amendementen van den hr. Snoeck Henkemans werden 18 Okt. 1921 de ontworpen wijzigingen der Invaliditeitswet en der Ouderdomswet zonder hoofdei, stemming aangenomen (bladz. 89).

Gemoedsbezwaren tegen de verzekering. In sommige streken des lands hadden gereformeerde boeren en andere werkgevers gemoedsbezwaren xegen het zegel plakken voor en dus het erkennen van de invaliditeitsverzekering, ofschoon anders de gereformeerden allengs op den afkeer jegens verzekering terugkomen. De kosten en de last dezer plakkerij zullen misschien die gemoedsbezwaren zeer hebben aangewakkerd* Een aantal arbeiders hadden ook gemoedsbezwaar. Mr. Beumer interpelleerde daarover 25 Maart 1920, (bladz. 1733) waarbij hij eerbiediging dezer bezwaren eischte; meteen vroeg hij naar invoering van dagzegels, buitensporige uitgaven voor gebouwen, verzekering van eigen kinderen, enz. De minister zegde een wijziging terzake van de gewetensbezwaren en andere grieven toe, alsmede de grootst mogelijke bezuiniging. — Duys mengde zich in het debat en wees op het soc.-dem. verzet indertijd

Sluiten