Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOCIALE VERZEKERING

438

tegen de loonlijsten en zegelplakkjng. Wat de gemoedsbez w a r e n betreft, haalde bij uit een brochure van ds. Kersten te Ierseke, bladz. 7, de volgende oproerige taal aan:

„Ik 'hoop, de Heere geve ons genade om staande te blijven, 'en ik roep met heiligen drang mijn medebezwaarden toe: mannenbroeders geeft niets toe, staat onbeweeglijk, en laat u niet beroeren. De Heere is de machtige u te redden en zoo 't Zijn Wil is, dat we lijden: „Zijn genade is ons genoeg".

Duys vervolgde:

En dan zegt hij (n.1. ds. Kersten): de regeering kan ons in de gevangenis stoppen, maar dan zullen wij zingen als Paulus en Silas; en daarop volgt het psalmvers, dat door de heeren dan in de gevangenis zal worden ten gehoore gebracht. Daarop volgt dan op biz. 8 de volgende revolutionaire oproep:

„Maar zelfs tot dagvaarden voor den kantonrechter zal 't niet eens komen. De ambtenaren die de wet uitvoeren moeten, vreezen „martelaren" te maken; daarvoor gevoelt men zich te zwak; men durft 't niet aan; ook al zou menig ambtenaar wel willen. Echter men bedacht wat anders. Administratief wil men vervolgen". i '03'Jjs'; »£d

„Welnu dan kunnen en zullen wij nog niet betalen.

Ik leg er den nadruk op, dat de gemoedsbezwaarde niet mag betalen; ook niet al vordert straks de Raad van Arbeid; laat u niet bewegen, noch verschrikken. En dan? Dan zal men executoir willen verkoopen een paard, een koe, een wagen of wat voor de hand is, tot het bedrag is verkregen. Wat overschiet krijgt de weigerende premiebetaler dan terug. En de zaak is ten einde; want we mogen- wel zeggen als het daartoe komt, zal zich zulk een executoire verkoop niet herhalen. Wil men ons vinden, men doe het; dreig niet langer; doe het dan. Wij zullen het aanzien dat ge ons berooft; wij maken geen opstand; dat komt wellicht van andere zijde; doch dan zijt gij, regeering, mede door uw onrechtvaardigen dwang er de schuld van".

Duys wees er op, dat er ook andere gemoedsbezwaarden zijn (n.1. tegen den dienstplicht) en voor dezulken doet de regeering niets. Duys besloot zijn rede aldus:

„Ik zou tot den munster willen zeggen: ga van dat standpunt uit verder door, maak de heele zaak tot een zaak niet van sociale verzekering, maar van sociale voorzorg. Niet alleen, dat gij dan aan de gemoedsbezwaren tegemoet komt, maar alle klachten over administratieven rompslomp en de moeilijkheden in de wet zult gij vermijden, en daarmede zult gij den dank oogsten van alle betrokkenen". (Bl. 1775).

De heer Teenstra stelde bij die gelegenheid een motie voor, luidende:

„De Kamer, van oordeel, 'dat het wenschelijk is, dat risicooverdracht in de Invaliditeitswet gemakkelijker in toepassing kan worden gebracht", enz.

Deze motie zou later behandeld worden-

Sluiten