Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOCIALE VERZEKERING

440

stenbelasting naar een inkomen van meer dan twee duizend gulden is aangeslagen, bevoegd zich bij de Bank te verzekeren voor eene rente na het bereiken van den 65-jarigen leeftijd.

De rente bedraagt terstond in den overgangstijd, bij 65-jarigen leeftijd, ƒ 3, voor gehuwden samen ƒ 5; degeen, die in de Vermogensbelasting of voor ƒ 1200 in de Inkomstenbelasting is aangeslagen, is echter uitgesloten. — Het Rijk stort jaarlijks ƒ 17.700.000 in de kas.

De openbare behandeling ving aan op 11 Sept. 1919 (na die van de wijziging der Invaliditeitswet). Dr. v. d. Laar stelde bij art. 19 voor, personen, die niet in de Inkomstenbelasting zijn aangeslagen, gratis te verzekeren tot zoolang zij wèl in die belasting zouden zijn aangeslagen. Dit om de kleine zelfstandigen tegemoet te komen. Het amendement werd 11 Sept. 1919 verworpen met 49 tegen 18 stemmen. Vóór alleen de voorsteller, do sociaaldemokraten en de kommunisten (bladz. 3112).

Een amendement-Sannes c.s. bedoelde, in den overgangstijd (art. 28) degenen die 50 jaar zijn reeds gratis te verzekeren voor den 65-jarigen leeftijd. Dan reeds loopt de kleine man gevaar, zijn arbeidsbekwaamheid te verliezen. Het amendement werd li Sept. verworpen met 50 tegen 17 stemmen. Voor alleen de sociaaldemokraten en dr. v. d. Laar (bladz. 3121). Daarmede verviel ook een soortgelijk amendement op art. 24 voor de definitieve verzekering.

Bij art. 25 stelden de sociaaldemokraten amendementen voor om de verzekerden slechts 1/3 der kostende premie te doen betalen en de ƒ 100 overlijdensgeld in geen geval te verminderen. Sannes sprak tot toelichting o.a.:

„Dit beteekent wel verhooging van de staatsbijdrage, maar de premies worden dan gebracht op een bedrag dat praktisch door de menschen kan worden opgebracht. Wanneer ons amendement aangenomen wordt, krijgt men dezen toestand. De arbeider (niet in loondienst, de Schr.) betaalt één derde van de premie, dat is. 13 cent voor zich zelf; wordt ons volgend amendement aangenomen, dat betaalt hij één derde van de premie voor zijn vrouw, dus ook 13 cent, totaal 26 cent per week. Dit is reeds een hoog bedrag, al blijft het verre ten achter bij de 78 cents die het wetsontwerp vraagt".

De minister achtte de amendementen onlogisch en te duur, daar zij resp. 8 en 1,8 millioen gldn. meer zouden kosten. Zij werden 11 Sept. verworpen met 43 tegen 15 stemmen. Vóór alleen de sociaaldemokraten (bladz. 3123).

Na verwerping van nog een amendement-Sannes c.s. op art. 32 werd 18 Sept. 1919 de wet zonder hoofdei, stemming aangenomen. In de Eerste Kamer geschiedde dit 31 Oktober '19. De wet is vastgesteld 4 Nov. 1919 (Stbl. 628).

Een der twee ontwerpjes, ingediend 9 Juni 1921 (zie onder Loongrens Invaliditeitswet) beoogde, een moeilijkheid inzake den belastingaanslag op te lossen en om ook 65-jarigen nog gelegen-

Sluiten