Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOCIALE VERZEKERING

442

betering is, dat de verzekeringsplicht werd uitgebreid tot alle bedrijven, die niet om bizondere reden uitdrukkelijk zijn uitgesloten. De opsomming in art. 10, die zooveel misère bracht, werd vervangen door een algemeene formule in dezen geest.

Een groote verbetering was ook, dat ieder, die werkzaamheden verricht, waardoor hij in een onderneming verzekerd zou zijn, nu ook verzekerd is. Dit met het oog op-eigenbouw en het incidenteel laten verrichten van arbeid.

Niet-verzekeringsplichtig bleven de bedrijven van landbouw, veehouderij, tuinbouw en boschbouw, het bedrijf van personenof goederenvervoer met schepen, welke niet in den regel hetzij de rivieren en binnenwateren bevaren, hetzij van een plaats bier te lande naar eene andere plaats bier te lande varen, en wateren, als regel buiten het gezicht der Nederlandsche kust.

Ongeveer 15000 arbeiders vielen alzoo méér onder de wet.

4 Maart 1921 (bl. 1696) kwam het ontwerp in openbare behandeling. Na behandeling van eenige meer technische amendementen, kwam 8 Maart 1921 een soc.-dem. amendement aan de orde, om in te voegen een bepaling in art. 7, waardoor voor de hoogste uitkeering het loon over den tijd van uitsluiting of staking mede wordt berekend. De minister nam dit voorstel over. Een ander soc.-dem. amendement- op art. 8 bedoelde, de uitkeering van tijdelijken aard, in art. 20, het volle loon te doen bedragen. Het weid 8 Maart 1921 verworpen met 40 tegen 18 stemmen. Vóór de sociaaldemokraten, de vrijz.-demokraten en de lib. heer de Muralt (bl. 1723). Alle anderen tegen.

Op art. 22 werd een soc.-dem. amendement voorgesteld, om bij de vaststelling der rente ook rekening te houden met de verminderde 'werkgelegenheid voor den gedeeltelijk invaliede. Het luidde aldus:

„Bij de vaststelling van de ongeschiktheid tot arbeid wordt, zooveel doenlijk, rekening gehouden met de door deze arbeidsongeschiktheid veroorzaakte verminderde gelegenheid tot het verkrijgen van arbeid als bedoeld in het vorige lid".

Minister Aalberse nam dit voorstel over (bl. 1724).

Een soc.-dem. amendement op art. 24, om bii het verongeluk-ken van den kostwinner bij de beDaling der rente rekening te houden met hetgeen hij bijdroeg tot verzekering van een behoorlijk levensonderhoud van degenen die achterbleven en van hun gezin, werd 9 Maart verworpen met 39 tegen■ 24 stemmen. Vóór stemden de sociaaldemokraten, de heer A. P. Staal man, dr. v. d. Laar, de vrijz.-demokraten, de anti-rev. Smeenk, de christ.-hist. Bakker en de Vrijheidsbonders Drion, de Kanter, Visser v. IJzendoorn en Dresselhuys. Mr. Treub, Buisonjé, Ter Hall en Abr. Staalman, allen Vrijheidsbonders, stemden echter met de overige kerkelijken tegen (bl. 1732).

Ten gunste b.v. der kellners, die bun loon (mede) van derden ontvangen, nam de minister 9 Maart ook een amendement over (bl. 1732).

Sluiten