Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOCIALE VERZEKERING

444

terugwerkende kracht te geven tot 11 Nov. 1918, den dag van den wapenstilstand. Tal van slachtoffers zouden anders niets ontvangen. Min. v. IJsselsteyn dreigde met schorsing, omdat voor deze mannen niet was betaald en het Rijk dan moest bijspringen. Heykoop vond dit zeer onbillijk en sprak o.m.:

„De betrokken zeelieden zijn na de formeele beëindiging van den oorlog uitgevaren, om voedsel te halen voor Nederland of om onze bevolking van visch te voorzien. Van dien arbeid zijn ajï j»*t slachtoffer geworden en in dezen termijn vallen zij juist buiten de Zee-ongevallenwet. Dit is zoo hard en onbillijk, dat de regeering had moeten zeggen, nu mijn amendement juridisch en formalistisch niet volkomen aanvaard kan worden, wij kunnen het amendement in dien vorm niet aanvaarden, maar in elk geval zullen wij voor de getroffenen en hun nagelaten betrekkingen uitnemend zorgen".

De minister verklaarde toen, mede op aandrang van mr. Visser v. IJzendoorn, om nog eens te onderzoeken of er wat voor die menschen zou zijn te doen. Daar een stemming over het amendement gevaarlijk was, met het oog op de kans van verwerping, trok H. het daarna i n. Het ontwerp werd daarna 13 Juni 1919 zonder hoofdelijke stemming aangenomen Pdj '2608). De Eerste Kamer nam het 26 uni 1919 aan en de wet verscheen in het Staatsblad van 27 Juni d.a.v. (No. 415).

Een definitieve verzekering tegen de gevolgen van ongevallen in het zeevaart- en zeevisschersbedrijf was reeds in 1912 ingediend, maar nog nimmer afgedaan. In het laatst van September

1920 dienden de ministers Aalberse, v. IJsselsteyn en v. Karaebeek een Nota van Wijziging in, waarbij de verzekering aan een Zeebedrijfsvereeniging zou worden toevertrouwd, met behulp in zeker opzicht van „Zee-Risico".

«i*ndlK>nW"0nÉeValleilWet* — Mimster Aalberse heeft 3 Aug.

1921 een wetsontwerp ingediend ter „verzekering van personen, werkzaam in de landbouwbedrijven, tegen de geldelijke gevolgen van ongevallen, hun in verband met hunne dienstbetrekking overkomen". De verzekering betreft den land- en tuinbouw, de veehouderij en den boschbouw. Het ontwerp, dat er lag, e* reeds van 1905 dateerde, werd ingetrokken. Onder den druk van een komende verplichte ongevallenverzekering hebben vele boeren en tuinders, door middel van de Centrale LandbouwOnderlinge, de Tuinbouw-Onderlinge en de R. K. Boerenbond reeds hun arbeiders verzekerd. Deze verzekering hangt echter wettelijk nog steeds in de lucht.

Het wetsontwerp draagt de uitvoering der verzekering op aan openbare organen (Rijksverzekeringsbank, Verzekeringsraden en Raden van Arbeid) en aan bijzondere instellingen (bedrijfsvereenigingen). Beide soorten van organen zullen als gelijkberechtigde naast elkander staan en de werkgever heeft de onbelemmerde keuze of hij zich wil aansluiten bij eene Be-

Sluiten