Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOCIALE VERZEKERING

448

Voor de andere helft, voor rekening der gemeenten, waar de leden der werkloozenkas woonplaats hebben. Het bedrag van het subsidie wordt vastgesteld in verband met de in de gemeenten werkelijk ingekomen bijdragen, en zal als regel ten hoogste 100 pet. daarvan uitmaken. Het kan op een hooger percentage worden gesteld, indien buitengewone omstandigheden van tijdelijken aard dit noodig maken.

Strekt een werkloozenkas bare werking over meer dan eene gemeente uit, dat betaalt elk dezer gemeenten een gelijk percentage op de werkelijk ingekomen bijdragen der leden, die binnen haar gebied woonachtig zijn.

Deze bepalingen werden bij kon. besluit van 4 Aug. 1919 (Stbl. 533) gewijzigd in dier voege, dat gelezen werd in art. 4:

„Het (bedrag) kan op een hooger percentage worden gesteld indien:

a. buitengewone omstandigheden van tijdelijken aard dit noodig maken;

b. de vereeniging niet in staat is de bijdragen zoo hoog op te voeren, als noodig zou zijn om uitkeeringen te verstrekken over een termijn, van tenminste 90 dagen per jaar tot een zoodanig bedrag, dat daaruit het noodzakelijke levensonderhoud der werklooze leden kan worden bekostigd".

Dit besluit trad 3 Nov. 1919 in werking.

Het Kon. Nat. Steuncomité had tijdens den oorlog een groote rol in den werkloozensteun vervuld. Dit zou opgeheven worden, doch wegens de langdurige en zeer groote werkloosheid, b.v. in het sigarenmakersbedrijf, leverden de z.g. „uitgetrokken" leden groot bezwaar op. 3 Juli 1919 verscheen een ontwerp„ W erkloosheidsverzekeringsnoodwet 1919". In de Mem. v. Toelichting werd o.a. gezegd: „Van de vereenigingen met werkloozenkassen mag verwacht worden, dat zij hare reglementen herzien en wel in dezen zin, dat de bijdragen verhoogd worden om de uitkeeringen op een hooger peil te brengen en om tevens den termijn, gedurende welken uitkeering verleend mag worden, te verlengen.

Echter kan van de besturen niet gevergd worden dit op eens .uit te voeren te meer daar de financieele toestand van verscheidene ka88en verre van rooskleurig is".

„Het ligt dan ook in de bedoeling der werkloosheidsverzekeringsnoodwet, de bijslagen die de leden van werkloozenkassen thans door de steuncomité's ontvangen tijdelijk voort te zetten, achter onder voorwaarde dat die werkloozenkassen de herziening harer reglementen in den bovenaangegeven zin snel ter -hand nemen".

„In vele vakken zijn de vooruitzichten nog vrij somber en zijn de tijden, gedurende welke de leden der werkloozenkassen , werkloos geweest zijn en uitkeeringen genoten,, reeds vrij lang.' Zouden die leden in 't vooruitzicht hebben, al vrij spoedig uitgetrokken te zijn om dan weer op anderen steun b.v. van ar-

Sluiten