Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOCIALE VERZEKERING

450

dat reeds vroeger de uitkeering met 10 percent was verlaagd. De gemeentebesturen moesten verder maar voor steun zorgen, als dat nog noodig wasl De gemeentebesturen zijn echter dikwijls onmachtig, maar ook onwillig om behoorlijk te steunen.

Stollingen der vakbeweging. — Ten aanzien van de werkloozenverzekering pubÜceerden in September 1921 het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen, het Bureau voor de Roomsch Katholieke Vakorganisatie en het Algemeene Nederlandsch Vakverbond de volgende stellingen ten dienste van het Kongres voor Sociale Verzekering te Utrecht van Okt. 1921:

a. Er kome een wettelijke regeling van de werkloosheidsverzekering, welke regeling dient te berusten op den grondslag der vrijwillige verzekering, doch die de mogelijkheid dient open te laten, dat bij K. B. voor de daarvoor geëigende bedrijven cle verplichte verzekering kan worden ingevoerd, met medewerking der in het bedrijf bestaande vrijwillige werkloozenkassen.

b. Aan het hoofd van de werkloosheidsverzekering kome een bestuur, voor de helft bestaande uit vertegenwoordigers van Rijk, Gemeenten en Werkgevers, voor de andere helft uit vertegenwoordigers der arbeiders-vakvereenigingen met werkloosheidskassen.

Dit kollege is belast met het volledige bestuur der werkloosheidsverzekering, onder verantwoording aan de regeering.

c. De werkgevers worden verplicht, een bijdrage per arbeider te betalen, gelijk aan de hoogste bijdrage, die door eenige werkloosheidskas in dat bedrijf wordt geheven.

Voor het landbouwbedrijf dient de premiebetaling der werkgevers te worden berekend naar de oppervlakte van het bedrijf,

d. Er dient een krisisfonds tot stand te komen, dat in tijden van krisis steun verleent;

1. aan werkloosheidskassen, die door de krisis niet in staat zijn, haar reglementaire uitkeering te doen; 2. aan uitgetrokkenen; 3. aan niet-verzekerde arbeiders; 4. aan nog niet rechthebbende leden van kassen.

e. De middelen van dit krisisfonds worden gevormd door:

1. De bijdrage door de werkgevers, gestort voor de in hun dienst zijnde niet-verzekerde arbeiders; 2. het verschil tusschen da bijdragen der werkgevers en het aan de kassen toekomende bedrag; 3. 100 pet. subsidie- van het Rijk op de in 1 genoemde bijdragen, benevens een jaarlijksch bij staatsbegrooting vast te stellen bedrag; 4. 15 pet, van de totale inkomsten der kassen.

f. Het krisisfonds wordt beheerd door het bestuur der werkloosheidsverzekering.

g. De werkgeverspremie wordt geïnd door het bestuur der werkloosheidsverzekering. Dit bestuur doet daarvan den kassen een bedrag toekomen, gelijk aan het door deze geheven totaalkentributie-bedrag en stort het overblijvende deel in het krisisfonds.

Sluiten