Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

455

SPOOE- EK TRAMWEGPERSONEEL

voor het Pensioenfonds, ter zake der loonsverhooging 1919, voor de aanstaande vier jaren kwijt te schelden,

noodigt de regeering uit, de daarvoor noodige voorzieningen te treffen", enz.

Het regende verder moties. De kath. Hermans diende, met mede-onderteekening door den hr. Smeenk en andere kerkelijken, een lange motie in, die zooals ze later werd aangenomen, luidde:

„De Kamer, kennis genomen hebbende, le. vaa de beslissing van den minister van waterstaat, waardoor de grondloonen van het spoorwegpersoneel zijn gebracht op ƒ 2,75—ƒ 3,15 per dag en een Loonraad zal worden inge steld om te adviseeren bij de nadere regeling der bezoldigingen; 2e, van zijne toezegging, dat ook thans nog een duurtetoeslag zal worden gegeven; • spreekt als haar oordeel uit: le. dat de billijkheid medebrengt, dat het minimum-gfondloon bij de eerstvolgende loonregeling wordt opgevoerd tot ƒ3 per dag;

2e. dat de bestaande pensioenkortingen te sterk het inkomen van het daarmede belaste personeel drukken, zoodat daarin verandering behoort te worden gebracht;

3e. dat de toegezegde Loonraad voor het personeel onverwijld behoort te worden ingesteld en dat dit kollege behoort te worden opgedragen, behalve het voorstellen van technische verbeteringen in de loonregeling, vóór ultimo December 1919 voorstellen te doen omtrent het grondloon, de periodieke verhoogingen en de pensioenkortingen", enz.

Van Ravesteijn stelde een motie voor, luidende:

„De Kamer, van oordeel, dat de loonregeling zooals die door den minister is vastgesteld, niet beantwoordt aan de minimumeischen, welke te dien opzichte moeten worden gesteld,

keurt het af, dat de minister een regeling heet vastgesteld, die niet uitgaat van een minimum-loon voor volwassenen van ƒ 30 per week", enz.

En dr, v. d. Laar stelde voor:

„De Kamer, van oordeel, dat bij verhooging der belooning van het spoor- en tramwegpersoneel met het kindertal krachtig rekening moet worden gehouden", enz,

Kleerekoper zeide van de motie-v. Rav. o.m,, dat zij onnoOdig -eerst afkeurt op grond van het niet vaststellen van een loon, dat geen enkele werknemers-organisatie had geëischt (de groote duurte moest toen nog komen). De Kamer zou in ééne motie den minister een afkeuring moeten bezorgen en ƒ 30 vragen. Natuurlijk komt van zulk een stemming niets terecht. De motieHermans was daarentegen te slap. Zooals gezegd, deze werd aangenomen, en wel met 63 tegen 22 stemmen. Alleen de -sociaaldemokraten en kommunisten stemden tegen. De motie.v, Rav. kreeg 3 van de 83 stemmen en de motie-Kleerekoper werd verworpen met 46 tegen 39 stemmen, rechts tegen

Sluiten