Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

467

TWEEDE INTERNATIONALE

TWEEDE INTERNATIONALE.

Dc in ééne organisatie vereenigde „Internationale" van vóór den oorlog is nog niet weer tot stand gekomen. Gezien de oprichting der Derde Internationale van Moskou, zal die toestand ook niet in afzienbaren tijd terugkomen. Al is dit te betreuren, met de feiten is rekening, te houden. De houding'van Moskou jegens de sociaaldemokraten is zóó hatelijk en lasterlijk, de beginselen dier kommunisten zijn zoo gespeend aan alle demokratie en vrijheid van gedachtenwisseling, dat met deze organisatie geen land te bezeilen is. De zaak staat echter anders ten aanzien van de „Weensche Arbeidsgemeenschap". Het is geen utopie, alle socialisten buiten het kommunisme zullen zeer wel te vereenigen zijn, al zou het moeten zijn met wederzijdsche opofferingen en tegemoetkomingen. De Tweede Internationale zou ongetwijfeld te vinden zijn voor een overleg van vergaande strekking.

De Tweede Internationale vergaderde van 2—6 Augustus 1920 te Genève. Haar eer en voordeel voor het proletariaat der wereld was alvast, dat Duitschers en Belgen wederom werden bijeengebracht, al bleven de Franschen officieel nog weg (Renaudel was persoonlijk aanwezig).

Eenstemmig werd omtrent de schuldvraag een resolutie aangenomen, ook dus met medewerking der Duitschers, waarin een verklaring van de Duitschers was opgenomen van den volgenden inhoud:

„1. Het Duitschland van Bismarck heeft, zooals reeds door Marx en Engels is erkend, den wereldvrede ten zeerste geschokt, doordat het Elzas-Lotharingen in 1871 met geweld heeft geannexeerd. Voor Duitschland bestaat thans echter geen vraagstuk van Elzas-Lotharingen meer.

2. Het Keizerlijke Duitschland heeft een nieuwe misdaad tegen het volkenrecht begaan, toen het in 1914 de neutraliteit van België aanrandde.

3. Het republikeinsche Duitschland zelf voelt zich verplicht tot het weer goedmaken van de gevolgen van den aanval, die het keizerlijke Duitschland deed, nadat het nog aan den vooravond van den oorlog het optreden van een scheidsgerecht afwees".

Het kongres nam kennis van deze verklaring en vernieuwde de verklaring der geallieerde socialisten, in 1915 afgelegd, inhoudende, dat het kapitalistisch stelsel door het op de spits drijven van zijn belangenpolitiek en zijn hebzucht een der diepste oorzaken van den oorlog is geweest en verklaarde het met de eigen, woorden van het Duitsche rapport, „dat zijn onmiddellijke oorzaak hoofdzakelijk, zooal niet geheel, in de aan koploosheid gepaarde gewetenloosheid der thans verjaagde Duitsche en Oostenrijksche machthebbers moet worden gezocht".

Sluiten