Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE INTERNATIONALE

468

Omtrent het Verdrag van Versailles werd door het kongres verklaard:

,„Het vredesverdrag heeft een organisatie van den Volkenbond geschapen, die de arbeidende klasse in het belang van den vrede niet met onverschilligheid behandelen kan. Zij heeft tot plicht de onvoldoendheid en de fouten van dezen Volkenbond bloot te leggen, van welke de erkenning van het recht op oorlog in art, 12 de meest vloekwaardige is.

De Volkenbond kan slechts een daadwerkelijke verzekering van den vrede zijn, als hij wordt tot een internationale demokratische organisatie, alle volken zonder uitzondering omsluitend, voorzoover zij door een demokratische grondwet waarborg geven, dat zij hun verplichtingen kunnen nakomen en de bevoegdheid heeft, om door inrichting eener internationale politie de algemeene ontwapening te land en ter zee door te zetten".

Aangaande het Vredesverdrag en den Volkenbond werd gekonstateerd, dat de wereldoorlog van Europa aan ruïne heeft gemaakt, en dat de vredesverdragen van Versailles een geest ademen van onverdraagzaamheid. Geprotesteerd werd tegen de misdaden in de bezette gebieden,

„Toch heeft de val der Russische, Duitsche en OostenrijkHongaarsche keizerrijken, de meest verderfelijke bewerkers van den oorlog doen verdwijnen. De invoering der demokratie in de groote landen, die vroeger door een autokratisch, persoonlijk regiem beheerscht werden, geeft aan de wereld vredesverwachtingen, die het kbngres met vreugde begroet. Maar deze verwachtingen zouden vernietigd worden, indien het proletariaat niet volharden zou in zijn onvermoeide pogingen, om door middel van zijn ekonomische en politieke actie zijn vredeswerk te versterken.

Daarom noodigt het kongres het proletariaat uit, zijn historischen plicht in dezen tijd te doen, deze plicht is aan het hoofd te gaan staan van de vredesactie der arbeiders van alle landen, om tegen het militarisme en het imperialisme heviger dan ooit den strijd te voeren met alle politieke en ekonomische middelen die het ten dienste staan". Enz.

Betreffende de socialisatie werd een uitvoerige resolutie aangenomen.

Onder socialisatie verstond het kongres volgens deze resolutie:

„le. Het nemen van alle industrieën en diensten, die er op gericht zijn, om de menschelijke behoeften te bevredigen, uit het bezit en het beheer van hét kapitalisme en te brengen in bet bezit en het beheer der gemeenschap.

2e. De vervanging der on-ekonomische voortbrenging en distributie, welks eenig doel de partikuliere winstmakerij is, door een doelmatiger voortbrenging en distributie met het grootste nut voor allen als doel.

Sluiten