Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOLKENBOND

478

Rijk. Krachtens art. 1 van het Volkenbondsverdrag kon Nederland als oorspronkelijk lid tot dezen Bond toetreden, mits de verklaring der toetreding werd afgelegd binnen twee maanden nadat het Vredesverdrag is in werking getreden.

13 Jan. 1920 diende dus onze regeering een ontwerp in om tot den Volkenbond toe te treden, ofschoon ook zij betreurde, dat de Bond een bond was van overwinnaars, daar de midden-Europeesche staten er buiten zijn gelaten. Er waren echter aan de toetreding voordeelen, of liever: aan de niettoetreding nadeelen verbonden. Ongetwijfeld is het een verbond, dat de kiem in zich draagt van een wereldorganisatie tot behoud van den vrede, door oplossing van geschillen langs den weg van minnelijk overleg. Een oorlog blijft mogelijk, want de vraag is, of een mogendheid, die ongelijk krijgt in een geschil, zich aan de uitspraak zal houden. Wel staan sancties op zulk een overtreding.

„Wat het Verdrag over deze sancties op zijn voorschriften bepaalt, is nog slechts een kiem, een embryo, schreef in de Mem. v. Toel. de regeering. Volgens art. 16 zullen, hij schending van het Verdrag, ekonomische maatregelen van repressie automatisch intreden en door alle Bondsleden moeten worden gedeeld; ekonomische neutraliteit tijdens een Volkenbondsoorlog is onbestaanbaar. Evenzoo zal automatisch intreden de plicht van alle Bondsleden (art. 16, lid 3) om een militaire actie, vanwege den Volkenbond ondernomen, behulpzaam te zijn door het doortrekken van de samenwerkende strijdkrachten te gedoogen; militaire neutraliteit in hedendaagschen zin bestaat dus in geval van Volkenbondsoorlogen evenmin. Niet automatisch daarentegen treedt de gemeenschappelijke militaire actie in: de Raad van den Volkenbond doet dienaangaande slechts voorstellen aan de belanghebbende regeeringen, en geeft slechts aan, met welke zee-, land- en luchtmachtkontingenten zij tot de internationale strijdmacht zouden kunnen bijdragen".

13 Febr, 1920 begon de openbare behandeling in de Tweede Kamer en 17 Febr. zette Troelstra het standpunt der sociaaldem, fractie uiteen. Hij wraakte de uitsluiting van sommige volkeren, met groote teleurstelling en twijfelmoed is deze zaak begroet. Toch moet toegetreden worden, mede om de arbeidersklasse gelegenheid te geven er iets van te maken.

„Doen wij dat, door, op grond van de slechte samenstelling van thans, te zeggen: wij weigeren, om door onze toetreding die samenstelling beter te helpen maken? vroeg Tr. En hij antwoordde: Neen, Mijnheer de Voorzitterl Met al de krachten, waarover wij kunnen beschikken — dit is onze plicht in deze gewichtige zaak — moeten wij juist trachten hem te verbeteren, en juist op grond van die eenzijdige samenstelling van dien Volkenbond op dit oogenblik moeten wij zeggen: wij willen daarin gaan en trachten van binnen uit verbetering te brengen".

Allerlei -sprekers zeiden hun oordeel over de zaak, de kom-

Sluiten