Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

483

ZIEKENVERPLEGING — GEZONDHEIDSDIENSTEN

voegden in art. 6 was vastgesteld. Nosokómos, de vereen, van verpleegster, vroeg in een adres:

le. één diploma omvattend zoowel de zieken- als de krankzinnigenverpleging,

2e. een vakschool voor ziekenverpleging,

3e. een ruime vertegenwoordiging der verplegenden zoowel' in de examenkommissie als in de kommissie voor het opmaken van een plan van opleiding.

Suze Groeneweg juichte het ontwerp 16 Maart 1921 zeer toe,' doch wees op deze verlangens. Zij bad geen amendementen willen indienen, ook al omdat de betrokkenen het onderling oneens waren.

Bij de verdere Uitwerking der wet wilde de minister trouwens telkens de vakorganisatie raadplegen. Ook dr, Scheurer prees het ontwerp.

Luidde art. 1, dat het diploma kan gelden vóór gewone en voor krankzinnigen-verpleging, v, Ravesteijn stelde voor te lezen, dat het geldt voor alle ziekenverpleging, terwijl de heeren Ketelaar en Teenstra ook de kraamverpleging in de wet wilden betrekken, Suze Groeneweg achtte dit verkeerd, daar vele verpleegsters dit nimmer noodig hebben en dus vergeefsche studie zouden moeten maken. De minister en dr. Scheurer zeiden ook: wij staan voor een groot tekort en de opleiding moet niet te zwaar worden. De amendementen werden verworpen. Dat van v. Ravesteijn kreeg slechts één stem (die van Kruyt, van Rav. was wegl), dat van Ketelaar 8 van de 63 stemmen. Het ontwerp werd zonder hoofdei, stemming 16 Maart 1921 aangenomen (bladz. 1840j. In de Eerste Kamer geschiedde alzoo 29 April, en 2 Mei 1921 stond de wet in (No. 702 van) het Staatsblad.

Eind 1921 deelde echter min. Aalberse mede, dat voorloopig geen gelden zouden worden aangevraagd om de wet uit te voeren, wegens geldgebrek. Een amend.-Groeneweg om er wèl geld voor uit te trekken werd 8 Febr. 1922 verworpen met 48 tegen 25 stemmen (bladz. 1429); slechts sociaaldemokraten, vrijz.-demokraten en kommunistenistemden voor.

Gezondheidsdiensten. — 20 Nov. 1920 werd hieromtrent een ontwerp ingediend. De strekking is in het kort: 1. voor alle gemeenten gezondheidsdiensten in het leven te roepen; 2. de organisatie daarvan los te maken van de grenzen der afzonderlijke gemeenten; 3. eenheid te bewerken zóó dat alle behartiging van gezondheidsbelangen in één hand kome. (Mem, v, Toel.)

„Voor een goede zorg voor de volksgezondheid — zegt voorts de M. v. T. — is een noodig een orgaan, dat de oorzaken, van benadeeling of gevaar voor de volksgezondheid opspoort, den weg wijst vor verbetering en de wettelijke maatregelen tot bescherming en afweer uitvoert. Een afzonderlijk orgaan is voor dat alles noodig omdat de taak ten gevolge van de ontwikkeling

Sluiten