Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

493

WARENWET

WARENWET.

Een ontwerp van wet op de keuring van waren Werd ingediend 16 Jan. 1918. De wetgever bemoeide zich reeds met de bescherming tegen ondeugdelijke levensmiddelen door middel van de gewone strafwet (art*. 174, 175, 329 en 330). ^ Waren echter volslagen onvoldoende. Toch waren er reeds keuringsdiensten in verschillende gemeenten en van provinciewege. De regekng van het ontwerp was nu aldus, dat er zouden komen keurmgskringen, in het centrum waarvan zou gevestigd worden een behoorlijk toegeruste gemeentelijke keuringsdienst, die zich zal uitstrekken over de gemeenten van den kring.

De eene helft van de kosten zal worden gedragen door het Rijk, de andere helft door de gemeenten gezamenlijk, naar evenredigheid van haar zielental. Iedere gemeente van den kring moet eene verordening vasttellen op de keuring van waren. Voor de overeenstemming-van die verordeningen onderling zal worden gezorgd, behalve door het toezicht van Gedeputeerde Staten, door de voorwaarden, die aan den Rijksteun verbonden zouden wordentflHe verordeningen zelve zullen zeer eenvoudig kunnen zijn.

De kosten van deze organisatie werden geraamd op gemiddeld ƒ 0.10 per hoofd der bevolking. Het Rijk zou dus te betalen hebben — bij eene totale bevolking van 6.000.000: ƒ 300.000; de gemeenten gezamenlijk ƒ 300.000.

13 Juni 1919 begon de openbare behandeling in de Kamer. Het ontwerp vond in beginsel slechts instemming. Van sociaaldem. zijde werd echter o.a. aangedrongen op het verplicht stellen van het op de etiketten der waren vermelden van namen, waaruit de aard der samenstelling der waren voldoende blijkt, en op zwaardere strafbedreiging. Van andere zijde, n.1. ook van den kant van den hr. de Wijkerslooth, werd er op aangedrongen, dat ook provinciale besturen een keuringsdienst zouden kunnen oprichten. Ook werd er van verschillende zijden op aangedrongen, dat het Rijk alle kosten zou dragen.

Bij de behandeling van art. 6 nam de minister een amend.Schaper c.s. om de hoogste strafmaat van 3 op 6 maanden en van ƒ 1000 boete óp ƒ 2000 te brengen, over (bladz. 2617).

Bij art. 13 werden van sociaaldem. zijde voorgesteld 3 amendementen. Zij strekten om, le. door het Rijk ook in de kosten der werkzaamheden van het „aanduiden der waren" te doen bijdragen, daar anders een gemeente met veleiabrieken bizonder hooge kosten moet maken; 2e. om het Rijk alle kosten te doen dragen; en 3e. ook bij te dragen in de kosten van rente en afschrijving der reeds bestaande keurmgsdienstenjjlft laatste, met het oog op Dordrecht door v. Zadelhoff in 't bizonder verdedigd). Wat dit laatste betreft verzekerde minister Aalberse, dat niet anders bedoeld was en kon het amendement worden ingetrokken. Het amendement onder 2 werd on-

Sluiten