Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WERKLOOSHEID EN WERKLOOZENZORG

504

noodigt de regeering uit met medewerking der gemeenten en in overleg met de vakvereenigingscentralen eene zoodanige algemeenwaiteunregeling te treffen, dat deze arbeiders op behoorlijke wijze in hun levensonderhoud kunnen voorzien en de verdeeling der financieele lasten tusschen Rijk en gemeenten ook de minderdraagkrachtige gemeenten in staat stelt tot de regeling toe te- treden".

2e; „De Kamer, van oordeel, dat de erkende werkloozenkassen in bedrijven, waarin krisiswerkloosheid heerscht, door buitengewonen geldelijken steun van Rijkswege in staat moeten worden gesteld in 1922 over het in de reglementen bepaalde aantal dagen uitkeering te verstrekken aan haar leden, met inachtneming, voor wat het bedrag der uitkeering betreft, van de dienaangaande in 1921 geldende bepalingen,

noodigt de regeering uit de daartoe noodige maatregelen te nemen".

3e. „De Kamer, verzoekt de regeering de arbeidsvoorwaarden, wélke zullen gelden bij de uitvoering van met Rijkssteun, bij? wijze van werkverruiming of werkverschaffing ondernomen werken, te regelen in overleg met de vakvereenigingscentralen, eventueel met de vakbonden der te werk te stellen arbeiders, overeenkomstig de gebruikelijke voorwaarden voor soortgelijken arbeid in het partikulier bedrijf".

Al deze moties werden 1 Dec. verworpen en wel met 57 tegen 28 stemmen. De sociaaldemokraten, vrijz.-demokraten» kommunisten, s.-p.'er en dr. v. d. Laar stemden voor. Alle anderen tegen (bladz. 796).

(Over de veenarbeiders nam Sannes het woord; zie boven). De vrijz.-dem. v. Beresteyn kwam terecht op voor steun aan de kunstenaren, als beeldhouwers, schilders enz. De anti.-rev. Smeenk drong ook aan op prod. werkverschaffing, doch legde vooral nadruk op de reeds bestede en besteed wordende sommen. Hij achtte het bedrag der ondersteuning echter ook wel laag.

Hiemstra wees er op, dat de vakbeweging vroeger wel de norm der uitkeeringen had goedgekeurd, doch alleen om maar eerst iets te veroveren. Daarop mag men zich later niet beroepenl

Ofschoon de motiën verworpen werden, kan niet worden gezegd, dat de interpellatie vruchteloos was. De regeering heeft ettelijke toezeggingen gedaan, die haar nut hebben. Dat er niet meer is bereikt, moet worden geweten aan die fractiën, welke de voorgestelde motiën niet ondersteunden. Toch sukkelde het met de prod. werkverschaffing in Drente in Jan. '22 nog steeds.

Nieuwe verlaging 17 Dec. '21 werd een nieuw dekreet uitgevaardigd, behelzende de mededeehhg, dat de uitkeeringen -«ouden worden verlaagd, met 1 Jan. 1923 m werking te treden. De verslechteringen waren, zooals „De Strijd^ terecht op-

Sluiten