Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WONINGVRAAGSTUK

508

„Trouwens reeds vóór de totstandkoming der Woningwet werd er over geklaagd,flat partikulieren niet genoeg volkswoningen bouwden. In 1900 is reeds aangevoerd als motief voor de totstandkoming der Woningwet, dat de huizenbouwers niet genoeg arbeiderswoningen zetten. Zij legden zich toe op den bouw van heerenhuizen, middenstandswoningen, maar niet van arbeiderswoningen. Men verwijte dus den achterstand niet aan de toepassing van de wet."

Hij keurde het streven naar alkoofwoningen, vooral van de N. Rott. Ct. af, met een beroep op het tijdschrift »,Tuberkulose", waarin ook het slapen in alkoven werd afgekeurd, met een uitspraak van den Duitschen medischen geleerde prof. Koch, die verband had ontdekt tusschen tuberkuloze-sterfte en slapen in slaapkasten aan de Noordzeekust van Duitschland. De toepassing van zulke wetten laat ook alsnog te wensehen over wegens de macht, die de huiseigenaren nog uitoefenen, doordat in huurkonunissies te veel belanghebbenden bij de uitbuiting der huurders óaitting hebben en de rechterlijke macht (kantonrechter) soms meer medeÜjden heeft met den huisjesmelker dan met den huurder. Dit euvel zit nog vast aan de heerschappij van het kapitaal. Dat tegenover de huisbazen ook moet rekening worden gehouden met hunne meerdere kosten van onderhoud en vernieuwing, spreekt overigens vanzelf; het bedenkelijke is echter, dat zij het onderhoud veelal zeer verwaarloozen.

12 Febr. 1920 dienden de min. Heemskerk en Aalberse drie wetsontwerpen in: lo. maatregelen tegen het onbewoond laten van woningen, 2o. wijziging der Huurkommissiewet (met eenig» wijzigingen derr HuurOpzeggingswet) en 30. aanvulling der Woningnoodwet.

De Huurkommissiewet dateert van 26 Maart 1917 (Stbl. 25) en hare totstandkoming valt dus in de vorige parlementaire periode. Zij beoogt, met behulp der bekende huurkommissiën, het onredelijk opdrijven der prijzen tegen te gaan. Van de uitspraken der H.K. is beroep op den kantonrechter. — Wat de huurprijzen betreft, ontstond langzamerhand een wanverhouding tusschen de oudere en de nieuwgebouwde^ woningen. De huren der oudere woningen werden betrekkelijk laag gehouden, die der nieuwe moesten hooger worden, wegens de duurte der bouwmaterialen en de hoogere loonen. Ook murmureerden de huiseigenaren geweldig over den druk der huurkommissie, die hun z.g. geen winst genoeg lieten en den nieuwbouw belemmerden. Onder de bourgeoisie ontstond het drijven naar „vrije ontwikkeling der ekonomische faktoren", waarvan 'de gevolgen den arbeiders en huurders bekend zijni .Tegen de geschetste wanverhouding lag één middel, vlak voor de hand en werd dan ook van soc.-dem. zijde al spoedig aanbevolen, nl. de vorming van een Woningfonds, waarin de verhooging van

Sluiten