Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

513

DB HUURAANZEGGINGSWET — DB WONINGNOODWET

De (tegenwoordige) vrijheidsbonders hadden weer amendementen ten gunste der huurbazen voorgesteld, waarvan één, om de H.K. de bevoegdheid, te geven, van den huurder waarborg te eischen of hun te laten vooruitbetalen, 9 Nov, '20 werd dit overgenomen (bl. 358). Een amendementje werd ingetrokken en het derde, strekkende om nieuwbouw vanaf 1 Mei 1919 af buiten werking der wet te stellen (de regeering wilde dit vanaf 12 Febr. 1920), werd 10 Nov. '20 verworpen met.46 tegen 23 stemmen. Vóór alle vrijheidsbonders, benevens de r.-k. Juten, v. Groenendael, de Wijkerslooth, Reijmer, Deckers, Bomans, v. Vuuren, v. d, Bilt, Arts, Sasse v, Ysselt» Swane en Kooien; de anti-revolutionairen Heemskerk en Colijn, en de christ.-historischen v. Veen; allen in gezelschap van den plattelander Braat (bl. 38).

Dit ontwerp werd 9 Nov. 1920 zonder hoofdei, stemming aangenomen (bl, 386). .

De Woningnoodwet beoogt in het bizonder, in deze tijden van woningnood de gemeentebesturen te verplichten, den nieuwbouw te bevorderen en daartoe (volgens art^ 4) 90 pCt. van Rijkswege in de kosten bij te dragen. Dit geld wordt als „fonds perdu" beschouwd; alleen moet het Rijk 9/io van de opbrengst van eventueelen afbraak en van event. verkoop ontvangen. Het ontwerp tot aanvulling dezer wet kwam 11 Nov. 1920 in het bizonder in behandeling. Het stelde voor een wijziging in de bepalingen aangaande de onteigening, zoodat art. 8a wat de eerste twee leden betreft luidde:

„1. Zonder voorafgaande verklaring bij de.wet, dat het algemeen nut de onteigening vordert, kan, ter Voorziening in woningnood, onteigenig plaats vinden van woningen,.'die onbewoond of voor minder dan de helft bewoond zijn en van woningen, welke door den eigenaar bewoond worden en welker onderhoud door den eigenaar, voor zoover hij daartoe volgens het Burgerlijk Wetboek gehouden is, verwaarloosd wordt.

2. Indien een deel van een perceel valt in de termen van het vorige lid, kan het geheele perceel onteigend worden."

Vervolgens was het voornaamste artikel in hoofdzaak van den volgenden inhoud:

„1. Wil kunnen op grond van woningnood bepalen, dat het, hetzij in alle gemeenten, hetzij in met name te noemen gemeenten, verboden is, zonder toestemming van burgemeester en wethouders eene woning te onttrekken of onttrokken te houden aan de bestemming, die zij op 1 Juni 1920 had, of zonder diezelfde toestemming eene woning af te breken. Burgemeester en Wethouders kunnen aan de toestemming voorwaarden verbinden in het belang van de voorziening in den woningnood. En

2. Indien in eene gemeente, waar het verbod van het eerste lid geldt, het voor rekening van den eigenaar komend onderhoud van eene woning, die niet door den eigenaar wordt bewoond,

33

Sluiten