Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WONINGVRAAGSTUK

520

woonverklaringen in de laatste jaren zijn gestaakt door den woningnood." Dan volgt nog deze berekening:

„De gezinsterkte in elke gemeente is uit de uitkomsten der woningtelling afgeleid door het benoodigde aantal der woningen als berekend te deelen door het bevolkingscijfer op 1 Januari 1919 en dan het verschil te berekenen tusschen de bevolking op 1 Januari 1919 en 1' Januari 1921'. Het benoodigd aantal woningen om in den aanwas der bevolking te voorzien, wordt dan verkregen door het verkregen verschil te deelen door het gevonden cijfer der gemiddelde gezinssterkte.

Zoo wordt een totaal woningtekort verkregen van 52 516. Voegt men daarbij dan 't accres van de behoefte tijdens den duur van den bouw van bovenbedoelde 90 000 woningen, dan blijkt dat de te verwachten productie van woningen sterk opweegt tegen de nijpende behoefte.

Zou het gelukken aldus den ergsten woningnood te boven te komen, dan kon het vraagstuk van de volkshuisvesting weder bezien worden als een van woningproductie en van woningverbetering."

Na gezegd te hebben, dat de woningproductie op gang moet blijven en dat het partikulier bouwbedrijf ook zich op de productie van arbeiderswoningen zal gaan toeleggen, komt de volgende konklusie:

„1. Voorshands zullen verzoeken om premie of om voorschot en bijdrage krachtens de Woningwet, die nog niet bij het Departement van Arbeid zijn ingekomen, niet in aanmerking komen voor behandeling. De op 1 Juni reeds bij den hoofdinspecteur ingekomen verzoeken om premie, zullen alsnog op den voet van de geldende regelen worden afgehandeld. Bij het Departement reeds ingekomen verzoeken om voorschot en bijdrage krachtens de Woningwet, waarop nog niet is beslist, zullen geleidelijk worden afgehandeld, met inachtneming van het bepaalde onder 2.

2. Moet worden aangenomen, dat er in eenige gemeente nog woningnood zal bestaan, ook wanneer de plannen waarvoor premie of steun krachtens de Woningwet reeds is toegezegd, zullen zijn uitgevoerd, dan zal steun voor nieuwe plannen voor den bouw van arbeiderswoningen in overweging worden genomen, indien kan worden aangetoond, dat er voldoende arbeidskrachten zijn om die nieuwe plannen vlot uit te voeren. Voordat er steun krachtens de Woningwet wordt toegezegd, moet aannemelijk zijn gemaakt, dat het partikulier bouwbedrijf niet in de behoefte kan voorzien.

Bij de indiening van verzoeken om premie of steun krachtens de Woningwet 'Bullen de gemeentebesturen gegevens moeten overleggen, zoowel betreffende de woningbehoefte als omtrent de beschikbare arbeidskrachten voor het bouwbedrijf.

3. De termijn van 3 maanden binnen welken tot dusver do

Sluiten