Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAGSHEILIGING

528

meester van Meppel was hierin een haantje de voorste, doch ook anderen,

Duys interpelleerde 26 April 1921 over een en ander. Hij had de volgende drie vragen aan den minister van binnenl. zaken gesteld:

„Is het den minister bekend, dat door den burgemeester der gemeente Haarlem het houden van optochten met muziek op Zondag verboden wordt, waardoor dan ook de op den lsten Mei a.s. te houden Meidemonstratiën der sociaaldemokraten wordt belet?

Zoo ja, is de minister dan bereid, na onderzoek, de motieven, die dezen ambtenaar daartoe hebben geleid, aan de Kamer mede te deelen?

Is de minister bereid alsnog zijn invloed aan te wenden ten einde dit verbod opgeheven te krijgen?"

De Haarl. raad had een motie ten gunste van zulk Zondagsverlof met de stemmen der katholieken aangenomen, doch de burgemeester bleef weigeren. Duys wees op demonstraties op Zondag door katholieken en wenschte voorts, dat de minister bereid zou zijn in deze een aanschrijving te richten tot alle burgemeesters van Nederland. Wanneer er gevaar is voor verstoring van de openbare orde, voor herrie en spektakel, dan kan er aanleiding zijn, dat een burgemeester zegt: ik geef geen vergunning voor. het houden van een optocht; maar daarvan was in deze geen sprake, zooals de praktijk met de 1 Mei-demonstaties, ook op Zondag, in ons land duidelijk aantoont.

De minister ton dit evenwel niet toezeggen, al bleek hij weinig voor de houding van den burgemeester te gevoelen. Hij kon zich met dit alles niet inlaten. Duys stelde de volgende motie voor: „De Kamer, van oordeel dat als regel het houden van optochten en meetings eventueel met muziek en banieren, ook op Zondag geoorloofd moet zijn,

verzoekt den minister van binnenlandsche zaken aan de burgemeesters eene aanschrijving te richten, waarin aan hen van dit gevoelen wordt kennis gegeven, met verzoek daarnaar te willen handelen'.

Mr. Bomans (kath.] wethouder van Haarlem, had het verzoek van den Best.bond om verlof op Zondag dadelijk hij den burgemeester ondersteund, doch overigens zeide hij, diens motieven te moeten eerbiedigen. Na eenig debat werd de tweede helft van de motie door den voorsteller teruggenomen en Donderdag 1921 de eerste helft aangenomen met 46 tegen 20 stemmen. Alle christ.-hist. en anti-rev., met A. P. Staalman en de kath. Fmytier, Bongaerts, yy<Rijckevorsel, v. Vuuren; Wintermans, de Wijkerslooth, Nolens, Swane, Fleskens en Kooien stemden tegen; vóór alle linksche leden en tevens de katholieken Bomans, Engels,-Reijmer, Hermans, Haazevoet, v. d. Bilt, Kuiper, v. Dijk, Bulten, Deckers en v. Rijzewijk (bladz. 2272).

De burgemeester behoeft zich aan dit votum niet te

Sluiten