Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

INLEIDING.

De naam is betrekkelijk bijzaak. Of men spreekt van persoonlijkheid, innerHjken mensch of karakter, in eigenlijken zin bedoelt men hetzelfde. Zeker, bij persoonlijkheid komt meer het zich van zijn doeleinden bewuste uit, bij het innerlijke komt meer dat wat tot het wezen behoort naar voren, bij karakter denkt men eer aan het kenmerkende onderscheid tusschen den een en den ander. Maar, ondanks wisselend inzicht en naamsverschil, is er eenheid van opvatting mogelijk: steeds denkt men hier aan zelfstandigheid van het innerlijke tegenover het uiterlijke, aan bestendigheid van inborst en uiting tegenover externe wisselingen. Poedels kern is hier — de kern van den poedel.

In onzen tijd bestaat er neiging die kern te versterken. Men wil het karakter versterken, het innerlijke in den mensch aankweeken, persoonlijkheden vormen. Waarom ?

Sommigen redeneeren aldus: Er is tot dusverre veelal te sterk op wat anders gelet, n.1. op geboorte, rijkdom, uiterlijk, verstand. Maar hooge geboorte, of goede stamboom, hoe mooie qualiteiten daaraan ook vaak te danken zijn, kan soms adelen iri naam, behoeft het niet steeds te doen in de daad. Rijkdom kan wel wanneer hij samengaat met andere attributen nuttig zijn, maar heeft, als zelfstandig verschijnsel, geen waarde. Uiterlijk heeft slechts een waarde van kortstondigen duur. Zelfs de waarde van verstand is, wanneer deze alleen voorkomt,

Sluiten