Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23

afwijking van de werkelijkheid juist haar nut heeft, in het bijzonder het niet-bewuste daarvan onontbeerlijke grondslag erin is. In hare algemeenheid is dan ook ongetwijfeld de eisch der bewustheid van de fictie ongemotiveerd en ongerechtvaardigd. Belangrijker zijn echter nog onze bedenkingen tegen de gestelde noodzakelijkheid, onontbeerlijkheid en tegen den eisch dat het fictionahsme dermate het inbegrip onzer gedachten en ideeën zou moeten zijn dat wij ook voor de toekomst zouden moeten hopen dat hij blijve gelden. In de eerste plaats valt niet te ontkennen, dat het fictionahsme ons voor het tegenwoordige allerminst uitsluitend beheerscht, daar toch immers de waarheidsvorsching het op het oogenblik zeker niet zonder inductie en deductie stelt en stellen kafl. Voorzoover de bruikbaarheid der ficties als middelen van waarheidsvorsching blijkt of vaststaat, behoeven verder de ideeën omtrent diverse ficties absoluut niet zoo stabiel te zijn, dat ze zich in de toekomst niet zouden kunnen wijzigen. Zou men zich niet kunnen voorstellen dat de ideeën over fictionahsme kunnen veranderen, dat wat met name heden fictie heet, morgen realiteit is, dan zou dit gelijk staan met de betwisting van eiken vooruitgang in wetenschappelijk opzicht. Een voorbeeld voor de noodzakelijkheid met de/e verandering rekening te houden geeft b.v. Schiller (Mind 1912 XXI 101) door te wijzen op de nieuwere beteekenis van het atoom als realiteit, namelijk als radio-actief verschijnsel. En zoo kan men ook in tegenstelling met Vaihinger den twijfel uitspreken, dat eene opvatting volgens welke alles fictie blijven zou voldoende perspectief biedt voor een toekomstig wereldbeeld.

Bestaat er dus, naar het mij wil voorkomen, geen reden aan de Alsob-philosophie hare beteekenis te ontzeggen wegens hare positieve verdiensten, hare onvolkomenheden brengen ons ertoe minder stil te staan bij

Sluiten