Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

KARAKTERVORMING DOOR ONDERWIJS EN OPVOEDING.

Zoo verschillend als de stelsels volgens welke zij plaats vindt, zoo gebruikelijk is sinds menschenheugenis de opvoeding zelve. In weerwil van zijn gunstige afwijking tegenover de andere schepsels is de mensch bij zijn geboorte zoo hulpbehoevend, dat hij niet alleen gevoed maar ook jarenlang opgevoed, d. w. z. gekweekt en ontwikkeld moet worden. Hoewel voorzien van nog sluimerende krachten, die eerst na ontwikkeling tot vrije en zelfstandige werking zullen komen, heeft het kind vooreerst de hulp van anderen noodig. De aard dier hulp pleegt niet alleen bij het ouder werden van het kind (ontogenetisch) te veranderen maar is ook in den loop der tijden (phylogenetisch) aanmerkelijk ge-, wijzigd. Ziet men deze bij de natuurvolken veelal nog beperkt tot een zuivere nuttigheidsdril, volkomen gelijkend op die welke bepaalde dieren op hun jongen toepassen, al naar gelang de godsdienst of kunsten en wetenschappen tot meerdere ontwikkeling gekomen zijn, neemt niet meer de speciale lichamelijke opvoeding maar de moreele of verstandelijke, een overwegende plaats in. Terwijl een op oorlogvoeren gebaseerde beschaving slechts lichaamsoefeningen op waarde weet te schatten, zal een geheel eenzijdig in religie opgaande beschaving tot ascetisme kunnen geraken en een al te geraffineerde beschaving hyperintellectualistisch dreigen te worden.

Sluiten