Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51

Het groote geheim om de menschelijke natuur tot hare volkomenheid te brengen en daardoor dus ook zulke eenzijdigheden te vermijden, zou nu, volgens menig groot denker, juist in de opvoeding gelegen zijn. Geloof aan veredeling van het menschengeslacht houdt de opvoeders voortdurend bezig; men twijfelt aan het nut van hooge uiterlijke cultuur, wanneer niet tegelijk de menschen zich al dit fraais waardig toonen. Intusschen is het de vraag of daarbij niet veelal overschatting van de macht der opvoeding plaats vindt, wanneer men ziet hoe die hoogstbeduidende geesten zoo goed als alles van haar verwachten. Worden wij immers niet tot bescheidenheid aangespoord wanneer we zien dat individuen en groepen ver beneden het ideaal blijven, welke de opvoeders van hen ontwierpen en daartegenover andere onder de ongunstigste uiterlijke omstandigheden zich ver verheffen boven hunne omgeving. Wanneer men toch in weerwil van opvoeding achteruitgang en daarnaast ontwikkeling door eigen kracht constateert, is men dan niet gerechtigd de opvoedingsidealen wat lager aan te slaan? En is het niet begrijpelijk dat evengoed als een verongelukt menschenleven aan een gebrekkige of verkeerde opvoeding wordt toegeschreven, daarnaast ook wel een pessimistischer geluid weerklinkt, als b.v. in het „naturam expeüas furca, tarnen usque recurret" is neergelegd, of andere ontwikkelingsinvloeden worden aangevoerd ?

Intusschen, juist ook het feit dat men andere machten aanneemt, die als meer of minder verborgen invloeden ook een rol in de menschelijke ontwikkeling spelen, kan naar een volgens een bepaald plan opgemaakte opvoeding doen streven! Of men aan de vrijheid of aan de natuur of aan de erfelijkheid of aan iets anders een meer of minder grooten invloed toekent, wie zich op dit gebied eenig ideaal doel voor oogen stelt, zal

Sluiten