Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54

eerst verschillende ontwikkelingstrappen betreden. De min of meer wetenschappelijke charakterologie, waarvan de temperamentenleer uit de Qudheid den oorsprong vormt, ging nog van de overtuiging uit, dat men een of meer grondeigenschappen der individualiteit begripsmatig zou kunnen bevatten, zoodat zij dan tracht de diverse hoofdvormen te vinden, waarin deze grondeigenschappen kunnen optreden; ook thans nog treedt zij op in den vorm van een verbinding tusschen philosophische hypothesen over het menschelijk karakter en temperament met tot zekere hoogte empirische onderzoekingen, waarbij Franschen als Paulhan en Malapert den toon aangeven. De diverse psychognostische richtingen, voornamelijk physionomie, phrenologie en graphologie, waarvan de taak bestaat in de vaststelling der betrekkingen tusschen bepaalde menschelijke toestanden en bewegingen eener- en de individueele eigenaardigheid anderzijds en in de toepassing van dezen samenhang op de karakteriseering van bepaalde individuen, zijn misschien wel voorbestemd steeds onvolmaakt en gebrekkig te blijven. Niet zoozeer vanwege de thans nog onvoldoende methodiek, die immers voor verbetering vatbaar is, maar wegens de willekeurige keuze van een bepaalde symptoomgroep (respectievelijk: gezichtsuitdrukking, hersenknobbel, schrift) als eenig erkennings middel. De differentieele, individueele psychologie gebruikt deze symptoomgroepen naast andere, niet als grondslagen voor een bepaalde verklaringswijze, en tracht van de veelheid der in den individu te constateeren verschijnselen geleidelijk, doch wetenschappelijkmethodisch op te klimmen tot de eenheid der individualiteit. Dit zal zeker voorloopig, misschien altijd, wel trachten blijven. Daar het de differentieele psychologie tot heden in hoofdzaak nog slechts mocht gelukken voor het eene hoofdprobleem, dat der temperamenten,

Sluiten