Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66

overtredingen tegen de gebruiken en zeden en tegen handelingen, die voor de staatsinstellingen buiten beschouwing blijvende, toch waard zijn in acht te worden genomen. Daartegenover worden bewijzen van bijzonderen gemeenschapszin en dergelijke in die mate door omgeving en publiek besproken, dat er een zekere prikkel in gelegen is goed en behulpzaam te zijn. Terwijl de openbare meening zoodoende in belangrijke mate de andere sancties aanvult wat hare onderlinge werkzaamheid in de richting van het goede betreft, is ook zij allerminst feilloos. De aard van haar wezen brengt mede, dat zij vaak in groote excessen vervalt, vaak dwaalt, vaak zich aan inconsequenties schuldig maakt. Het ergste is dat zij zoo onmethodisch mogelijk op ongecontroleerde geruchten en verdachtmakingen afgaat.

Alle sancties hebben derhalve hare bezwaren. Noch de natuur, noch de maatschappij, noch de religie, noch de staat en het recht, noch de openbare meening oefenen hunne respectievelijke functies feilloos uit Te verwonderen is het niet dat er dan ook zijn die het buiten sancties meenen te kunnen stellen. Er zou dan in ons iets zijn wat ze overbodig maakte; in onze werkzaamheid, in ons verstand, in ons gevoel zou een aandrang zijn in altruistische richting, een expansieve kracht even machtig als die welke werkzaam is in het gesternte. Zoo spreekt Guyau van de expansieve kracht die, bewust geworden van zijn macht zich zelf den naam phcht geeft: „Voilé le trésor de spontanéité naturelle qui est la vie, et qui crée en même temps la richesse morale." Men ziet in dien gedachtengang geen band tusschen moraliteit eenerzijds, belooning of straf ter andere zijde; men bestrijdt dan dat de intrensieke verdienste recht zou hebben verbonden te worden met eenig genot, de misslag met eenig leed. Menschen als Guyau veroordeelen in zedelijk opzicht de idee die de

Sluiten