Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

begrijpelijke consequentie dat de goddelijke belooning die der menschen moet uitsluiten, evenmin als de goddelijke straf of het goddelijke oordeel over het kwaad ooit van een strafrechtspraak heeft doen afzien, doch integendeel vaak werd aangeroepen om de gestrengheid ervan te rechtvaardigen (Holbach 1. c. 87, 88).

Terwijl de religieuse partijen zich allerminst geneigd gevoelen om door luidruchtige loftuitingen te beloonen en het belooningsrecht ook nooit op duidelijk hoorbare wijze is aangekondigd in de middeleeuwen, is er een ander milieu, waarin men meer de behoefte aan lof en minder het bezwaar van zijn aankondiging gevoelt: de Fransche revolutie. Hoewel de philosophie van zijn recht waarschijnlijk de invloeden ondervindt van het stoïcisme, het Christendom en het Engelsche sensualisme, schijnen deze invloeden toch hare oorspronkehjkheid niet te hebben geschaad. Het is in ieder geval zeer merkwaardig in de revolutionaire wetgeving van Frankrijk te constateeren hetgeen de menigte zeer snel deed op den dag, dat zij zich voor het eerst op haar.beurt meesteres van den Staat achtte. Holbach toont het ons in een decreet van 3—22 Augustus 1790, waarin de verplichting van belooning tegenover het recht om te straffen gesteld is. Na het eerste artikel „L'Etat doit récompenser les services rendus au corps social, quand leur importance et leur durée méritent ce témoignage de reconnaissance. La nation doit aussi payer aux citoyens le prix des sacrifices qu'ils ont faits a l'utihté publique," verklaren de andere meer of minder nauwkeurig den aard dezer diensten en opofferingen, waarbij steeds geëischt wordt een sociaal, humanitair karakter.

Men weet niet precies wat er van dit decreet in de vreemde tijdsomstandigheden der groote revolutie en later geworden is. Evenals van vele harer producten is het zeer moeielijk de ontwikkeling van deze instelling

Sluiten