Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

gebaand tot een nauwkeurige dogmatische rechtsvorming, waarbij het erom gaat de algemeene leidende grondbeginselen en de bepaalde positieve bepalingen met betrekking tot de voorkomende verhoudingen tot ontwikkeling te brengen.

Wat het tegenwoordige positieve recht op het punt van een lof- of belooningsrecht bevat, is, hoe weinig beantwoordend aan de eischen die daaraan m. i. voor de toekomst zijn te stellen en hoe weinig daarin ook de rechtshistorisch, al dan niet samenhangende, geluiden weerklank vinden, niet geheel en al met nihil aan te duiden. Men kan zelfs zeggen dat het tegenwoordige positieve recht zich op vierderlei wijze met de belooningsquaestie inlaat. Primo bevatten de wetgevingen in het bijzonder voor zooverre zij eene regeling der arbeidsovereenkomst inhouden bepalingen omtrent loon.

Secundo komen in de wetgevingen hier en daar o. a. in de Fransche „Code civil"*en in ons burgerlijk wetboek bepalingen voor omtrent schenkingen met een beloonend karakter.

Tertio kent b.v. het Duitsche „Bürgerliches Gesetzbuch" het instituut der openbare belooning, uitloving.

De loonsbepalingen betreffen meestal regelingen omtrent de berekening, den vorm, tijd en plaats van uitbetaling van en beslag op loon. De bedoelde wetsbepalingen omtrent schenkingen met een beloonend karakter zijn zoodanige die plaats vinden als belooning van diensten aan den gever door den begiftigde bewezen. De bepalingen omtrent uitloving, openbare belooning, bevatten regeling der gevolgen van een door openbare bekendmaking voor een bepaalde handeling uitgeloofde belooning. Drie groepen gevallen, waarvan natuurlijk de eerste verreweg den grootsten omvang en de grootste beteekenis heeft, die alle wettelijke regeling omtrent belooning van handelingen inhouden. Waarin zij zich

Sluiten