Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

109

drievoudige aanwijzing: nl. om den aard der objecten van het belooningsrecht in meer of min begrensden zin te beperken, om zorg te dragen dat de instelling niet onnoodig het kunstmatige vermeerdert en de hypocrisie niet bevordert. Terwijl het eerste deel dezer aanwijzing reeds te pas zal kunnen komen bij de aanwijzing der beginselen waardoor het lofrecht zou moeten worden beheerscht, betreffen de andere deelen meer de uitwerking.

Wat de beginselen betreft zal men in den loop der ontwikkeling van het strafrecht een vrij leerrijken gids vinden. Vooral in negatieven zin; vooral wat men vermijden moet zal de geschiedenis van het strafrecht kunnen leeren. Waar zij in de cultuurgeschiedenis wel zeer teekenende episodes vormen, zullen zekere strafrechtelijke trekken, die den wetgever reeds beĆÆnvloed hebben, hem ook verder kunnen leiden. Zeer karakteristiek is het wat de strafrechtswetgever vertoont niettegenstaande den strijd der strafrechtstheorieĆ«n. Evenzeer als de moreele tucht zoowel werkt als straf als om te voorkomen en als opvoedingsmiddel, is dit het geval met het strafrecht. Vijandig aan een eng dogmatisme waarvan de geschiedenis de bezwaren heeft leeren kennen, houdt de staat rekening met de maatschappelijke eischen, Overtuigd eenerzijds dat de straf niet kortweg straf kan zijn, uitdrukking van een ongetemperde wraak, en de algemeene preventie in afschrikkenden en opvoedenden zin tegelijk moet werken, maar anderzijds, dat de straf niet volstaat als uitsluitende veiligheidsmaatregel, houdt de verstandige wetgever met de gezamenlijke verschillende uitgangspunten rekening. En wanneer de tijd gekomen zal zijn voor een lof- en belooningsrecht, d. w. z. wanneer de rechtsovertuiging dit zal eischen, kan men verwachten, in ieder geval wenschen dat men de instelling van uit een even breed

Sluiten