Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110

gezichtsveld zal bezien. Wij weten dat de voordeden van zulk een recht als het pedagogisch element in de practijk van het strafrecht met psychologisch-pedagogische gegevens samenhangen. Evenzeer als het tuchtmiddel in de opvoeding n'en déplaise Dames en Heeren utopisten, nog niét kan ontbreken, evenmin als men er de opwekking, lof- en belooning kan missen, en daar voor de volwassenen een strafrecht zonder gelijktijdig lofbelooningsrecht een moeielijk verdedigbare eenzijdigheid vormt, zou dit evenzeer als dat moeten gebaseerd zijn op den gezamenlijken grondslag van vergelding en sociale pedagogie. Wat dan het eerste beginsel zou moeten zijn waarop een dergelijk recht behoorde te rusten. Omdat de straf niet eenvoudig vergelding kan zijn, uitdrukking van een ongetemperde wraak, omdat de algemeene preventie niet alleen kan handelen in afkeurenden maar tevens in opvoedkundigen zin en daar de straf als zekerheidsmiddel alleen niet voldoende is, zal, zooals gezegd, de verstandige, niet utopistische wetgever rekening houden met de verschillende uitgangspunten tezamen en zal op aangrenzend gebied bij analoge voorwaarden hetzelfde doen. Wanneer men dus door een argumentatie welke voor het strafrecht tot de conclusie leidt, dat de straf moet worden beschouwd als een noodzakelijk kwaad, conclusie welke alleen hyperoptimisten aanstoot geven kan, zal men ook gerechtigd zijn het belooningsrecht zooveel mogelijk te beperken. De loop der strafrechtehjke wetgeving in het algemeen wat de vermeerdering der strafbare feifen betreft, de instelling der voorwaardelijke veroordeeling, die moet rekening houden met de verkeerde meening als zou men het recht hebben eenmaal straffeloos te misdoen, leeren ons in het bijzonder matiging. De stricte noodzakelijkheid beveelt zich daarom aan als tweede beginsel waarop het lof-belooningsrecht zou moeten rusten.

Sluiten