Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Napels tintelde in het zonnige morgenlicht. Van Walborch hat met zijne dames een tocht naar Capri beraamd, en het sprak reeds van zelf dat hun vriend de schilder medeging. Zoo vonden zij elkander aan de kade en werden naar de stoomboot geroeid, die dicht bij den wal lag. De kleine stoomer werd weldra omringd door een aantal zwemmende jongens, schreeuwende dat men een stukje geld in papier gewikkeld in zee zou werpen. Als zeehonden spartelden zij rond, bliezen langs de oppervlakte des waters, met een gebrul als de Tritons uit hunne horens haalden, en sprongen op de in het water geworpen soldi toe. Snel snapten zij ze, ontdeden ze van het papier en staken de koperen munten in hunne wangen.

Toen riepen zij: Senza carta! (zonder papier). En dan doken zij en grepen de zinkende munten.

De boot stak in zee, wiegelend op de deining. Weldra ziet men de prachtige baai en Napels daar langs en tegen de bergen uitgespreid. De stad is wit in het zonlicht, en daar boven liggen de roode forten S. Elmo en S. Martino. Rechts de Vesuvius, zijn top in grauwe nevels gesluierd, aan zijne voet de verlichte stadjes Torre del Greco en Torre Annunziata. Wolkschaduwen trekken over de bergen achter de stad; daar boven dunne grijze

Sluiten