Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

29

pad in de rots, tusschen bergwand en tuinmuur, nu en dan verlevendigd door vrouwen, die met groote pakken op het hoofd, op hare met lappen omwonden voeten de natuurlijke treden van het rotspad afdalen; door eene groep prevelende bidders, die eene devotie verrichten; of eene toeriste op een ezel. Van den weg en van boven geniet men het gezicht op het bochtige rotseiland omlaag.

— Hier zou ik wel een poosje eenzaam jrittvn leven, zet Marciana, wat een lieve rotsidylle in zee is dit Capri I

— Ik niet, zei Ada, het zou hier spoedig doodelijk vervelend worden, met niets dan die akelige zee om je heen, en alledag nieuwe toeristen, die alleen komen om die blauwe grot, die niet blauw is.

— Zoo kan men het wel overal vervelend maken, zei de oude heer pruttelend; die grot is niet blauw, maar men ziet ze toch meestal blauw, indien al niet altijd. In alle geval moet het gemoed ook blauw zijn, of men ziet alles grauw.

— Ja, ik zou hier ook wel eene poos willen leven en werken, zei Aisma. Maar de mensen is zonderling; als hij de samenleving heeft, verlangt hij naar de eenzaamheid, en als hij de eenzaamheid lang heeft, wenscht hij aaar de samenleving. Lang zou ik het hier toch alleen niet uithouden.

— Ik dacht dat gij met altijd zoo op den menschen gesteld waart, vroeg Marciana op ondeugenden toon.

Sluiten