Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMAZONE.

45

van het teekenen en schilderen der antieken. Uit dat oogpunt bezien, zijn zij mij eene openbaring geworden en heb ik er veel uit geleerd. Maar men heeft nooit onderscheiden, er is induatriewerk bij en Artistiek werk, en de beste dingen zijn nog weinig opgemerkt,

— Ja, maar scheid niet te sterk wat handwerk was in de oudheid en wat kunstwerk was. Alle handwerk was er artistiek en alle kunst was een handwerk. De artist als beschaafd man van den fatsoenlijken stand waa bij de Grieken onbekend en bij de Romeinen ook. Alle handwerk, ook dat van den beeldhouwer en schilder, was en bleef een bedrijf van den minderen stand. Denk eens aan hetgeen Ploetarchos schreef: „Geen fatsoenlijk jongman wenscht, als hij te Pisa den Zeus ziet, daarom nog een Feidias te worden; ook geen Archilochos of Filetas, hoe zeer hunne gedichten hem ook vermaken." Zoo zijn er honderd voorbeelden.

— Hé? zei Marciana, van haar papier opziende, wat is dat? Is dat een oud Grieksch begrip of van later tijd?

— Heet spijt mij, beste kind, maar het is Grieksch en zelfs uit den besten tijd. Romeinsch is het ook — Valerius Maximus noemt het schilderwerk een smerig beroep.

— Dan begrijp ik niets meer van dat zoo algemeen in het leven doorgedrongen schoonheidsbegrip; van hun'vurig enthoesiasme voor alles wat schoonwas. Voor ons staat juist een kunstenaar hooger als hij

Sluiten